Jandaan en Marleen

Joined July 2015
  • Day101

    Pugaolao

    November 24, 2015 in China ⋅ ☀️ 21 °C

    Onze laatste stop voor Vietnam brengt ons bij de Hani en hun indrukwekkende rijstterrassen waar zij al 2000 jaar aan werken. Chinezen lijken hier niet op Chinezen.
    Prachtige klederdracht. Leven met de natuur. Varkens, waterbuffels en kippen. Verweerde koppen en woeste arbeid op het land. Veel dezelfde noodles. Onverwacht lunchen met locals. Een waardig afscheid van China. Proost.Read more

  • Explore, what other travelers do in:
  • Day95

    Kunming (Red Land) II

    November 18, 2015 in China ⋅ ⛅ 18 °C

    's Ochtends zitten we in de bus naar The Red Land. The Red Land bestaat niet als subject voor locals. Het is een toeristenterm. De verbaasde en verwarde blikken van de chinezen bij het busstation begrijpen we nu beter. In hun ogen waren we twee lange blanke vreemd sprekende dieren die iets wilden maar wat ze onmogelijk konden ontcijferen. Glimlachend hobbelen en slingeren we de bergen in. We worden na anderhalf uur ergens op een top in een klein dorpje afgezet. Als we terug gaan moeten we ook hier weer zijn. Zo maken we op van de buschauffeur. Om 13.40 uur. Het is nu net tien uur en we staan in een soort van middle of nowhere. Waar gaan we tukken? Gaan we iets makkelijks vinden? Er is een absentie aan engels. Ook nu worden we verrast dat er 1 chinees is die ons in het engels aanspreekt. Een toerist in eigen land. Ze werkt en woont in Shenzen. Tegen Hongkong aan en werkt bij een bedrijf dat computeronderdelen verkoopt. De voertaal is engels. Soms is alle geluk aan je zijde.

    Het landschap is overweldigend. De stilte heeft een enorme dichtheid. Zo een die zelfs pijn aan je oren kan doen. De wind waait stevig. Er zijn wat huisjes. Hotels met eetgelegenheid. Niet veel maar genoeg. Vrachtwagens zijn er ook. Veel van hen. Er wordt hier blijkbaar veel erts gewonnen. Op en af rijden ze. Kabaal. Roet. En veel warmte. Luidruchtige monsters zijn het. In het dorpje negeren we ze. We eten wat en gaan op zoek naar een slaapplek. Tijdens het verkennen van de omgeving worden we getrakteerd op schitterende vergezichten, rode en groene lappen die als terrassen tegen elkaar aanliggen. Het rood en het groen zijn samen een magisch duo. Eindeloze velden met lieve witte bloemen, een blauwe hemel zichtbaar tussen een grauwe deken van wolken maakt deze plek uniek. Helaas wordt dit spektakel danig verstoord door opspelende darmen die niet tot nauwelijks te controleren zijn.

    Landschap als dit katalyseert zonder te ontkomen direct het contact met jezelf. Er is geen afleiding en bent enkel afhankelijk van je eigen fysiek, geestelijke toestand en elkaar. De rode stilte reflecteert en bezint. De stad zorgt voor afleiding. In een stad is het zelf afwezig. Het individu wordt vermaakt. Gevoed met prikkels die het zelf overstemmen. Leeg consumeren zonder diepgang. Die optreden als een barrière. Wat gebeurt er als die barrière verdwijnt? Wat laat zich dan zien? Wat voel je? Wie ben je?

    Duisternis daalt af en onze dag was indrukwekkend. Het ongerepte. De duidelijke gecultiveerde grond voor landbouw. Die paradox. Hoe anders wordt dag twee. Volkomen uitgeschakeld zijn we gedoemd om de dag te spenderen in onze kamer. Een kamer waar kosten en moeite gespaard is. Enkel een tv. De chinees kan niet zonder tv. Waar hebben we dit opgelopen? Een arsenaal aan wilde geluiden resoneren keer op keer vanuit de badkamer. Het leidt zelfs tot hilariteit. Romantiek is je partner aanhoren met een niet te sluiten badkamerdeur. Tranen rollen over onze wangen. Meligheid maakt zich van ons meester tussen de lamlendigheid door. Een kleine wandeling ontaard in een fysieke veldslag. De zon is heftig. De wind schuurt hard in ons gezicht. Een oude herder met een verweerde kop en een lange grijze sik stuurt zijn geiten langs ons. Het is tijd voor ons bed. Tijd dat de dag voorbij trekt. Zoals de geiten. Dat de bacteriën verdwijnen.

    De nacht verloopt voorspoedig en nu is het tijd om weder te keren naar Kunming. Een lange dag van wachten en busreizen ligt voor ons. Rond acht uur 's avonds arriveren we op een vertrouwde plek. De plek waar we kunnen relaxen en bijkomen. Waar de vietnam visa's en backpacks op ons liggen te wachten.

    'Hello, we are back again?'
    'Hi, i see it.'
    'Do you have a double room for us?'
    'With or without a bathroom?'
    'Without please.'
    'We only have one.'
    'Can we see the room?'

    De kamer is de eerste kamer dicht bij de gemeenschappelijke ruimte en bar. Reisgidsen waarschuwen voor lawaai en adviseren om zo ver weg mogelijk een kamer te bemachtigen.

    'We take it'
    'Okay, can you give me your passport?'
    'You already have our information because we already spent three nights here.'
    Yes, I know, but i need your passport.'
    We don't have a passport, it is with the vietnamese embassy.'
    'Sorry, then we don't have a room.'
    'But you have already everything in your system!'
    'You already saw our passports when we checked in.'
    'Yes i know but i have to see your passport.'

    Mijn geduld raakt op. Mijn verstand heeft kortsluiting. Wat gebeurt er nu? Hoe is dit mogelijk?Het gaat om de regel resoneert in mij hoofd. Dit keer is boef pragmatischer. We zijn een goed team. We vullen elkaar aan wanneer het moet. Gelukkig maar.

    'If you sent us away we have a big problem.'
    'There is no place to stay.'
    'You could help us a lot, please will you?'

    De baas moet worden gebeld. De drie zijn hevig in conclaaf. Ons bewijs, dat onze paspoorten bij de ambassade zijn, wordt nauwgezet bestudeerd. Er is even geen contact. Ze zijn drukdoende om te bepalen of de gegevens in het systeem corresponderen met onze kopieën. Dat onze backpacks wel degelijk ons toebehoren in de opbergruimte. Er wordt veel in de computer gekeken en nieuwe gegevens toegevoegd.

    'It is okay.'
    'For one night?'
    'Yes for one night.'
    'Tomorrow you have to show us your passport?'
    'But we leave tomorrow and we dont come back.'

    Het meisje achter de balie is flexibel. Ze is de meest klantvriendelijke en begrijpt duidelijk onze situatie. Ze beslist voor ons. Ze gunt ons de kamer.

    'Okay'
    'Sorry for this.'
    'It is the rule.'
    'And we have to follow the rule.'
    Read more

  • Day95

    Kunming (Red Land) I

    November 18, 2015 in China ⋅ 🌬 17 °C

    We gaan op weg naar Yunnan. Een van de armste provincies van China van weleer. Tegenwoordig is het een van de meest toeristische provincies van China. We zijn benieuwd wat de sprong voorwaarts voor dit gebied betekent. Yunnan is een zeer natuurrijke regio. Waar je jezelf kunt verliezen in transcendente uitzichten over exemplarisch gestapelde rijstvelden. Waar je kunt hiken op grote hoogte op smalle paden met diepe dodelijke valleien. Gaan we ervan genieten of worden we gek van de drukte?

    We hebben Guilin, de karstcreaties en de onuitputtende stroom water uit de hemel achter ons gelaten en zitten weer eens in een nachttrein. De treinen in China zijn nadrukkelijk smeriger dan die in Rusland en Mongolië. Voor het eerst hebben we een vrouwen slaapvertrek. Dat is gunstig voor de slaaprust: mannen snurken alsof ze hevige gevechten aan het voeren zijn, wat een decibellen. Het enige dat erger kan zijn is een baby. Die hebben we nog niet gehad op onze 6 kubieke meter. Twee jonge knapen zitten in dezelfde wagon. Ook dat is een eerste keer. We zitten met mede blanca's in het treinstel. De knapen komen uit de Rijp. Noord Holland. Heerlijke gasten. Voor het eerst op reis. De tijd wat rekken met wat ze willen doen. Zoals veel reizigers de tijd voorbij laten strijken. Uitstellen met wat noodzakelijk is. Afzetten tegen orde. Structuur. Regelmaat. Praat ik nu ook tegen mezelf?

    De trein stopt op een station. Zoals elk ritme van het station verlaten mensen de trein en betreden mensen de trein. Rijdende eetstalletjes proberen wat straatvoedsel aan de man te slijten en een passagier rookt buiten zijn sigaret.

    'Denken jullie dat je dat ken eten?'
    'Is dat wel te vertrouwen?'
    De Rijp staat vanuit het niets bij onze slaapvertrekken en gooit dit met onvervalst plat Amsterdams accent onze kant op.
    'Ja hoor dat kan je best vertrouwen,' retourneren we.
    Tien minuten later komt de Rijp weer even buurten.
    'Nou dat was lekker hoor.'
    Het Amsterdams echoot door onze oren.
    Hierdoor missen we thuis. Jullie. Amsterdam en Nederland zijn ineens dichtbij.

    Aangekomen in Kunming wisselen we gegevens uit en helpen we De Rijp op weg. We zijn de opa en oma die worden opgezocht om onze ervaring te delen. Gretig te worden leeggezogen. Als De Rijp zijn weg kiest en we ze weg zien lopen voelt het vertederend en aandoenlijk. Die jonge gasten die binnen een paar dagen al aanzienlijk beter engels zijn gaan spreken. Zoals ze zelf voldaan en spontaan betoogden.

    Wij gaan met de bus op zoek naar ons hostel. De komende dagen vullen zich met het aanvragen van een vietnamees visum, plannen maken wat te doen in en rondom Kunming, wat lezen in de zon (eindelijk weer eens zon) en de tijd doden met wat potjes pool. Het voelt zowaar als vakantie. Ons ritme in afdalen door China is hoog en voor dat we het weten lopen we als verdwaalde vermoeide backpackers rond. We nemen het er nu even van. Even niets.

    We mijmeren al een tijdje om van de touristtrap te wijken. Via de Lonely Planet gaat dat niet lukken. Reizen is ook voortbewegen zonder doel. Wat komt er op je pad. Welke inspiratie en signalen gaan jou vinden en ga jij zien. Dit inspireert ons en zo vinden we via het hostel en tripadvisor: 'The Red Land.' Met wat karige informatie gaan we op pad. Zonder paspoort. Richting een gebied dat nu nog niet in de klauwen is gevallen van de toeristenbusiness. Althans dat doet de informatie ons geloven. Eerst nuttigen we ons ontbijt bij een islamitisch straatrestaurant. We zijn vol van de aanslagen in Parijs. We hebben het er samen tijdens de reis vaak over. Dat we ons veiliger voelen op reis. Dat we in oorlog zijn met IS. We zijn ook benieuwd of de Chinees weet wat er gebeurd is. Of dat de propaganda machine alles verhuld. Soms zijn we even stil en zien we hoe een jonge knul zeer kundig de noodles bereidt. Dezelfde noodles als op ons bord.

    Het voelt goed om weer op pad te zijn. Naar hopelijk rauwe natuur. Naar stilte. De busreis is uitermate comfortabel en onze tussenstop is Dongchuan. Eerst nog een kleine lunch en dan met de minibus verder. De bergen in. Op het andere busstation, die we met behulp van het betere handen en voetenwerk weten te bereiken, spreekt niemand engels.

    'To the Red Land'
    'The Red land'
    'No, to the Red Land'
    Het enige dat we zien zijn pak hem beet twintig nieuwsgierige koppies die samen een ware kakofonie ontluiken om ons proberen te begrijpen. Zonder taal is begrijpen een weg van geduld en vertrouwen.
    'To the Red Land'
    Ons antwoord is enkel het schudden van hoofden met grote ogen.
    Hier gaat het ons niet lukken. We schudden wat taxi sjacheraars van ons af en proberen een nieuw plan te bedenken. Laten we liften? We struinen wat door de straten, maken gebruik van wifi in een hotel, plegen een toiletbezoek (de darmen beginnen onrustig te worden) en struinen weer verder. Op het moment dat de moed in de schoenen dreigt te zakken worden we vanuit een winkeltje door een meisje aangesproken. Ze blijkt te studeren in Chengdu. Ze wil tolk worden en de Britse intonatie die onze oren in deint maakt ons warm en blij. Er is ook nog een neef en een zus. Met zijn drieën nemen ze ons op sleeptouw.

    'Waarom zijn jullie hier?'
    'Er is hier niets voor toeristen.'
    'We willen naar The Red Land.'
    'ah to the wild nature?'
    'Yes if that what it is.'
    'To the wild nature.'

    Eerst op zoek naar een hotel. Goedkoop en schoon. Wat blijkt: zonder paspoort ook al heb je kopieën en foto's op je Ipad het is allemaal niet toereikend. Je kunt niet overnachten zonder fysiek paspoort. Okay dat is dus een dingetje. Hier dealen we later mee eerst bustickets regelen. Dat gaat allemaal zeer voorspoedig. Zonder onze tolk was het nooit gelukt. Blijkbaar komen antwoorden altijd op je pad. Het is enkel een kwestie van vertrouwen. We kopen zelfs al tickets voor terug bij de buschauffeur. Hij onthoudt onze gezichten wel. Is ook niet een lastige opgave lijkt ons. Enigszins voldaan vervolgt onze weg via de ouders en een islamitisch restaurant onze weg. Het meisje staat er op dat ze ons trakteert. Met zijn vijven eten we heerlijk. Onder andere de lokale specialiteit: gebakken aardappelen met chilipeper en koriander. De kleine zus is opgewonden omdat ze nog nooit met buitenladers heeft gesproken. We laten haar weten dat ze ons alles kan vragen. Op een vraag krijgen wij antwoord. De aanslagen in Parijs zijn vol in het nieuws. 'It is terrible.' Daar blijft het bij. We kletsen vermakelijk en eten ons buikje rond.

    Na het diner moet er nog een oplossing komen voor het niet hebben van ons paspoort probleem. De oplossing is simpel. Willen jullie de hulp inschakelen van de politie? We kijken elkaar aan en denken hierover na. Het is niet altijd even verstandig om in een vreemd land naar de politie te gaan zonder paspoort en te vertrouwen op hun goede intenties. Intuïtief beslissen we om het te wagen. Het is inmiddels donker en een heus netwerk van onze tolk is voor ons aan het werk. De neef is duidelijk homoseksueel en staaft dat door te vragen wie onze popsterren zijn om vervolgens 'Shine bright like a diamond' in te zetten. Binnen tien minuten zitten we op een bank buiten naast het politiebureau. We zijn een attractie geworden. De politieagent vraagt om onze kopieën en kijkt ons indringend aan. Hij neemt ons duidelijk in zich op. Wie heeft hij voor zich? Is hun verhaal te vertrouwen? Wij laten het gedwee over ons heenkomen en na wat minuten van stilte en vele blikken is het antwoord positief: 'We mogen overnachten in Dongchuan zonder paspoort. Voor we het weten is de tolk, neef en zus verdwenen en zitten we bij een agent in de auto naar een hotel. Eenmaal aangekomen moeten we inchecken en tot onze verbazing krijg ik een telefoon tegen mijn oor gedrukt.

    'Yes, this is Jandaan.'
    'Hello, this is the policestation.'
    'Hello.'
    'Why dont you have your passport with you, you always have to carry your passport with you.'
    'Do you know that.'
    'Yes i know that.'
    'We already went to the policestation and told them our passports are at the vietnamese embassy for our visa application.'
    'It was okay, they told us.'
    We need your passport?
    Why don't you have your passport with you?

    Dit wordt irritant en ik weet dat ik rustig moet blijven want onze positie is op dit moment niet al te sterk en overtuigend. Kalm leg ik nog meerdere malen uit wat er gebeurd is. Dat we al bij het politiestation zijn geweest. Dat zij het al hebben goedgekeurd. En dat keer op keer. Eindeloos.

    'Okay, you spent the night in the hotel.'
    'Only for this night.'
    'Thnx we will.'
    'Thank you very much.'

    En weg is de politiedame aan de andere kant van de lijn. Welkom in China waar bureaucratie soms ondoorgrondelijk is. Geheel niet te begrijpen. Dat het gaat om het toepassen van de regel. Enkel het toepassen van de regel.

    Vervolg Kunming (Red Land) 2
    Read more

  • Day86

    Xingping

    November 9, 2015 in China ⋅ ⛅ 23 °C

    Chinezen komen niet alleen, ze komen met bussen en hebben veel bamboobootjes nodig. Zwemmen in de Li river tot verbazing en interesse van de Chinese toerist. Voyeurs zijn 't; wel billen aanschouwen maar niet terugzwaaien.

    Aan de wandel tussen de karstcreaties en ons verbazen over de decibellen die Chinezen uit zichzelf weten te persen. Op zijn Hollands op de fiets een dagje vertier. Honden worden hier gegeten en verhandeld op de markt. Lekker aan het pils en wat potjes pool voor ontspanning. Op naar de volgende bestemming. Liefs van ons.Read more

  • Day81

    Ik reis dus ik leef

    November 4, 2015 in China ⋅ ⛅ 21 °C

    'Zullen we nog een nachtje blijven?'
    Ik kijk op de wekker. Het is tien over tien.
    Ik voel me slaperig en lig heerlijk.
    'Dat lijkt me een goed plan!'
    Ik weet wat me te doen staat. Boeken via booking.com voor een extra nacht. Wat me nog steeds een raadsel is: 'Waarom is de kamer boeken via booking goedkoper dan aan de receptie?' En waarom als je voorstelt om hen rechtstreeks de bookingprijs te betalen zonder de tussenkomst van de gigant is het antwoord steevast: 'No'. Wellicht is dat de reden dat ik geen internetbusiness heb. De kamer waarin we graag nog een dag langer vertoeven kost ons zeven euro. Voor het eerst op onze reis hebben we een overnachting die menig boekhouder van binnen laat schitteren. Zeker als de context is: 'Geld gaat er uit en er komt niets meer in.' Na maximaal vijf klikken is ons verblijf verlengd. We sluiten onze ogen en dwalen samen af in een eigen wereld. Samen slapen is individueel op reis met een bedgenoot, partner, geliefde. Samen slapen bestaat niet. Wanneer is het samen slapen dan samen?'

    Kwart voor een worden we weer wakker. Onze ogen openen zich in Guilin. Onze voetstappen zijn alweer verder geschreden en in de afdrukken liggen beelden, herinneringen, avonturen veilig opgeborgen.

    'Ik denk dan maar dat we dit nodig hebben?'
    'Dat denk ik ook schat.'

    Reizen is intens. Reizen is hemels. Reizen is druk. Reizen is memorabel. Reizen is haten. Reizen is liefde. Reizen is plannen. Reizen is vooruitdenken. Reizen is wegdromen. Reizen is reflecteren. Reizen is alles en reizen is niets. Als je niet uitkijkt en de voetstappen blijft intensiveren zoals we doen, kan reizen eindigen in uitputting. Ik las in de bullettrain op weg naar Guilin een special van de Groene Amsterdammer over reizen. Vanuit welke perspectieven je naar reizen kunt kijken en welke thema's reizen allemaal behapstukt. Reizen is ooit door Thomas Cook geïntroduceerd. Een vooruitstrevende Brit halverwege de negentiende eeuw. Zijn vraag was: 'Waarom zijn de deuren tot reizen enkel geopend voor de elite, de bourgeoisie en blijft het volk dromerig staan voor een gesloten deur?' Vanuit die vraag zijn de eerste groepsreizen ontstaan voor de normale man. Het plebs in de ogen van de adel. -'Het beweegt zich voort als een kudde schapen en de leider cirkelt er onrustig als een herder omheen'- aldus een brits consulair in Italië.

    Reizen was vroeger een aangelegenheid voor de rijken om zichzelf te verrijken. Een studie naar het onbekende in het zelf. Geschoold worden in frans. Betoverd worden door Parijs en kennismaken met de culinaire wonderen dat Italië te bieden had. Reizen was de aangelegenheid om jezelf beter te leren kennen. Om fris en ontwikkeld weder te keren naar je vaderland met nieuwe ideeën. Met herziene waarden, overtuigingen en gedragingen. De nagolven van de industriële revolutie, het kapitalistisch geweld, het najagen en vervullen van de leegte van het ego heeft deze vorm van reizen bijna volkomen vernietigd.

    Reizen is een selfie op een mooie plek. Ik geef toe dat ik in het licht van de romantiek iet wat doordraaf (althans mijn beschouwing daarvan). Het biedt ook mooie dingen. Bijvoorbeeld het delen van je ervaringen. Met de snelheid van het knipperen van je ogen. Mijn gevoel. Mijn weerstand tegen een oppervlakkige manier van reizen neem ik serieus. Want wat zegt het immers over mezelf. Doe ik het anders? Wil ik het anders? Of maak ik me schuldig aan hetzelfde? Loop ik wel synchroom met mijn gedachten, ideeën en overtuigingen over reizen of ligt de werkelijkheid en mijn wens teveel uiteen? Ben ik bijzonder? Ben ik gemiddeld? Als ik al iets ben, wat vind ik daar dan van?

    Inmiddels springt er een kitten dat lijkt te schreeuwen voor zijn leven op mijn schoot. Als je het hebt over reizen. Wat voor reis is dit mormel op het moment aan het maken. Licht. onbevangen. Alles is spelen. Slapen en eten. Mijn tikkende armen worden op dit moment aangevallen door de onderzoekende viervoeter. Ik vervolg mijn relaas. Laat me niet afleiden. Het is gezellig.

    Het centrale idee dat je verrijkt terugkomt van een reis is mijn elixer. Mijn levensvreugde. Degene die me wat beter kent. Weet dat achter het beeld van enthousiasme, energie, praatjesmaker, intensiteit en bewijsdrang ook een denker schuilt. Een voeler. Constant op zoek naar betekenis. Naar zingeving. Naar authenticiteit. Dat gedachten zich oproepen en dat reflectie de wegwijzer is. Reizen met een hoog tempo is als een betonnen muur voor reflectie. Ik slurp alles op wat ik zie. Alle beelden en ervaringen gaan in me zitten. Alles wat in je komt heeft tijd nodig om de juiste de plek te vinden. Als een bullettrain door een land schieten haast de tijd en de plek voorbij.

    Aan de balie zit een bar en hangen kitscherige tiffanie lampen uit het plafond. De vloer is belegd met tegels en centraal staat een pooltafel. Die de boef en ik veelvuldig leven brengen. In het hostel huizen twee kittens en vier man personeel. Twee dames en twee heren. Het is ingericht om te relaxen. Je kunt er Wii'en (is dat een woord?), voor vier RMB snickers kopen en de Tsingtao is niet ver van me verwijderd. Ik schrik van geluid uit een laptop dat mijn trommelvlies torpedeert. China is lawaai. Een van de heren ligt op een bank en kijkt naar een serie of film. Weg rust.

    Anno 2015 zijn er ongeveer een miljard internationale reizigers. Al die reizigers schieten als kometen over de aarde. Snel. Goedkoop en zeker niet duurzaam. Reizen is een massa consumptiegoed geworden. Een week naar Bali. Drie weken met de rugzak door Peru. Tien dagen op een boot door de Caribische zee. Een week achter een slee naar het noorderlicht. Met een tent naar Frankrijk. Een weekend naar Rome of een midweek naar Central Parcs. Of je nou Chinees, Indiër, Argentijn, Amerikaan of Hollander bent. Iedereen reist. Iedereen fotografeert. Iedereen is. En dat alles zo snel mogelijk. Zoveel mogelijk in de dag gepropt. Het idee van stilstaan, ervaren en reflecteren is in mijn ogen ver weg gedreven van haar oorspronkelijke idee. Het beeld zegeviert. Het imago wint.

    Door af en toe tot kwart voor een te slapen krijg ik ruimte om te ervaren waar ik ben. Mijn gedachten en gevoelens krijgen de tijd om te synchroniseren. Dit leidt onherroepelijk tot nieuwe vragen of navigeert me naar repeterende vragen alleen in een nieuwe context. Alsof je een jas hebt uitgedaan. Je steeds een stukje naakter wordt. Niet kouder maar warmer. Wie ben ik? Wat ben ik? Hoe ben ik? Wat is zijn? Wanneer ben ik? Uiteraard zijn deze existentiële vragen lichte kost op een lege maag. Het drijft me. Het geeft me energie. In de beschouwing van de tijd. Van het bestaan van de aarde ben ik weinig. Wellicht niets. Waarom zoek ik dan naar bezinning? Naar betekenis? Ga ik überhaupt antwoorden vinden op deze vragen. Ben ik in staat om tijdens een fractie van mijn tijd hier op aarde iets van deze existentie te vinden? Opa heeft tot nu toe geleerd dat elk mogelijk antwoord veel nieuwe vragen oproept. Waarom dan zoeken. Speuren.

    Inmiddels heeft de seriekijker oordoppen gevonden, is het lawaai gereduceerd tot wat flauw gegrinnik en wordt mijn arm met rust gelaten. Mijn vingers kriebelen en zijn nog niet klaar met vertellen. Denken en vragen.

    Besta ik zonder de ander? Binnen filosofische stromingen is hier geloof ik een splitsing. Bestaat het zelf enkel en alleen vanuit het zelf of bestaat het zelf enkel door de aanwezigheid van een ander? Ik behoor denk ik tot de laatste categorie. Ik denk zelfs dat je een ander zelfs nooit ziet. Dat je enkel jezelf waarneemt. Alleen kan dat niet zonder de ander. Vandaar de tweede categorie. De ander is de spiegel van je ziel. Voor de leuke dingen, de irritante dingen, de dingen die je haat en de dingen die je lief hebt. Door de ander heb je de weg om te houden van jezelf. Denk maar eens na. Als je zegt dat je houdt van de ander. Zeg je dat eigenlijk niet stiekem tegen jezelf?

    De essentie van leven is moeilijk te definiëren. De vraag is groot. Bijna niet te overzien (overmoedig?). Waarvoor je leeft, wordt denk ik pas duidelijk in de ogen van de dood. Leven krijgt namelijk zin door de waarde die je het geeft. Dit gaat gepaard met je opvoeding en alle ervaringen die je opdoet gedurende je stappen in het leven. Dit bundelt samen in overtuigingen in een soort kompas hoe je leeft. De dood daarentegen heeft geen overtuigingen. Die is er gewoon. Ligt stil te loeren en plotseling is die daar. In het licht van die dood denk ik dat je pas kunt weten waarvoor je bent. In het aanblik van de ander met de dood op je schouder openbaart jouw zelf. Jouw zi(j)n. De dood is in weze de buffer voor jezelf door de ander. Via deze stappen kan ik bijna niet anders concluderen dat ik ben door de ander.

    Het enige dat mij nu nog rest om te zeggen: 'Schat ik houd van je!'
    Read more

  • Day73

    Smakken

    October 27, 2015 in China ⋅ ⛅ 24 °C

    Voor iemand die een hekel heeft aan smakken is het best moeilijk toeven in China. Helemaal tijdens een treinreis van over de dertig uur.
    Voor iemand bij wie het geluid van snurken door merg en been gaat, is een treinreis bij nacht in China erg pittig. Helemaal omdat de Chinezen (de mannen) voor het slapen gaan een paar blikjes bier achterover slaan of een fles Chinese witte wijn (50%).
    En helemaal doordat de slaapcabine bestaat uit twee keer drie boven elkaar gestapelde bedden waar weinig ruimte tussen zit. Je ligt standaard dicht op de geluidsbron.

    Het ontvankelijk zijn voor een geluid als smakken heb ik altijd al gehad. Noem het gevoelig. Noem het onhebbelijk. Wijt het aan mijn altijd op de omgeving gericht zijn.
    In Nederland krimp ik al ineen als in de geel blauwe NS rups iemand achter mij zit die - op de Nederlandse manier - een appeltje eet. Moet je nagaan als het een Chinees in China was geweest.

    Vannacht kwam ik tijdens onze treinreis van Chengdu naar Guangzhou voor een dilemma te staan. Sommigen zullen het woord dilemma voor deze situatie erg groot vinden. De onhebbelijken onder ons zullen het begrijpen.

    Ik lag vanaf half acht 's avonds heerlijk te slapen op mijn middenverdieping. Aan de buitenkant hingen shirtjes te drogen aan hangers. Ze waren nat meegekomen uit het hostel, we moesten wat. bijkomend voordeel van het drogen in de trein was de extra privacy. Aan de binnenkant hing de waslijn met mijn sokken en onderbroeken.

    Twee uur na inslapen werd ik ineens wakker doordat ik het bloedheet had onder mijn deken. Ik ging naar de wc en haalde mijn acrobatische tour uit om via het smalle laddertje weer in mijn middenbunker te duiken.

    Ohoh. Wat hoor ik? Mijn bovenbuurman ligt heerlijk te snurken. Die shitoordoppen werken niet goed genoeg. Ik kan me op niets anders richten dan op het gezaag van de man.

    Les 1 in de nachttrein: zorg dat altijd dat je eerder dan je cabinegenoten in slaap valt.

    Dan maar keren, met mijn hoofd aan het gangpad, de dekens keren mee. De gedachte passeert dat ik van alle 800 mensen in de trein ik misschien wel de enige ben die deze richting op ligt met het hoofd.

    Maar wat hoor ik nu? Op een kleine twee meter afstand zit een vrouw haar pinda's te knagen. Aan het gesmak meen ik af te leiden dat het haar erg goed smaakt. Hoewel gesmak in China helemaal niets zegt. Een voor een verdwijnen ze in haar mond, en worden ze met veel kabaal ontdaan van hun schil en doorgeslikt. De zak zit bijna vol.

    En daar openbaart het dilemma zich. Ga ik met mijn hoofd en ondertussen oordoploze oren liggen bij het gesnurk of bij het gesmak? Ik heb mijn antwoord voor dit dilemma nog niet gevonden.
    Uiteindelijk val ik wel rond 01.00 in slaap. Na nog wat ijsberen, wc-bezoek en keren in bed. Met mijn hoofd aan de default raamkant.

    China is voor mij een uitstekende gelegenheid voor een 'training van de geest'. Me door het gesmak van het noodle eten heen wel concentreren op wat Jandaan vertelt. Me niet laten (af)leiden door mijn omgeving. Maar me focussen op mijn binnenste zelf, en me niet afhankelijk maken van prikkels.

    Les 2; maar dan voor het leven.

    Misschien ben ik minder onhebbelijk tegen de tijd dat ik terug ben in Nederland.
    Read more

  • Day67

    Xi'an

    October 21, 2015 in China ⋅ ☀️ 23 °C

    Met evenveel toewijding wordt het leger van terracotta mannen nu blootgelegd, als dat het ooit gecreerd is.
    Jandaan zijn kont wordt op de proef gesteld in een potje pingpong tegen een Chinese man die vast is als een muur. Oud olympisch kampioen..?

  • Day63

    Ni Hao

    October 17, 2015 in China ⋅ 🌙 15 °C

    Morgen spuiten boef en ik met de bullettrain richting Pingyao. Dit betekent dat we al een week in China zijn geweest. Het land dat krampachtig het volk online probeert te beheersen door allerlei blokkades op te werpen. Blokkades die het vrije woord. De vrije gedachte tracht te temmen. De Chinese communistische partij is als een leeuwentemmer zonder zweep en kooi. Alles is diffuus. Alles is open. Alle controle lekt weg. Maar de partij geeft niet op. De partij zet door. Met discipline is zij niet voor niets daar waar zij is. De angst dat er nieuwe ideeën in de hoofden van de chinees worden gepland zorgt voor de grootst mogelijke censuur die je je kunt voorstellen online. Dat alles anno 2015. Overigens merk je op straat daar tot nu toe in onze ogen nauwelijks iets van. Paradoxaal mag het westen en onze heidense gedachte het land niet betreden. De Nike air max, Apple, BMW, AUDI, MC Donalds, Starbucks mag dat kennelijk wel. De ruilhandel is simpel economische groei en de vrije markt is voor het volk maar van de politiek blijf je af. Je vraagt je af hoe lang is dat houdbaar?

    Nog maar een week geleden zijn we in Beijing aangekomen met de trein vanuit Ulanbataar. Wij deelden onze slaapcabine met Khana en Enkhe. Twee olijke mannen van rond de 40 die voor handel richting China afdaalden. Zoals alle ontmoetingen duurde het ook even voordat het ijs met hen was gebroken. Mongolen zijn van nature verlegen en hebben een stimulus nodig. Nou blijkt dat Mongolen fanatieke gokkers zijn. Komt mijn jarenlange pseudo gokverslaving uit mijn studententijd me toch nog goed van pas. Marleen haar spel-speelzucht en met name winnen maakte ons als duo volmaakt. Dobbelen. Dobbelen en nog eens dobbelen. Mongolen houden er van. Binnen de kortste keren stond onze slaapcoupe vol met fanatieke mongolen die meeleefden in de voor- en tegenspoed. Het lot van elke gokker.

    Na een onrustige nacht voor mij en een voorspoedige voor de boef arriveren wij in Beijing. De ontmoeting is overweldigend. Mensen. Mensen en nog eens mensen. Uiteraard worden we door twee hysterisch opgewonden chinezen op de plaat gezet nadat we twintig passen van de trein verwijderd waren. Vervolgens worden we meegezogen in de niet te ontkomen zuigkracht van een mensenmassa dat koerst naar de uitgang. Buiten worden we eindelijk met fatsoenlijk weer getrakteerd. Na de vrieskou in Mongolië staat de zon strak in het blauw haar werk te doen. Op het stationsplein wemelt het van mensen en bedrijvigheid. Mannetjes die je willen ronselen. Mensen die met al hun waar op de grond zitten te wachten op hun trein. Een ziek meisje dat een zak vol kotst. Beijing. Ni Hao.

    Welvaart in de wereld is je zo volvreten dat je je niet meer kunt vertonen op het strand. Zo is het ook gesteld met de uit de klauwen gegroeide economie, welvaart en dito buikjes van de gemiddelde chinees. China is Amerika in overtreffende trap. Alles is hier groter.

    De afgelopen week is als een bullettrain voorbij gevlogen. We hebben meerdere hutongs door gestruind. Als echte culinaire backpackers. Reizen = eten. Hebben we onze tong zoveel mogelijk laten strelen met al dat lekkers dat de extreem gevarieerde Chinese keuken te bieden heeft. Elk hoekje van de forbidden city doorzocht. Tempels bekeken. Cultuur gesnoven op het plein van de hemelse vrede. Waar overigens elke vorm van geschiedenis (tianmensquare + tank + student) agressief wordt uitgewist. Zelfs 26 jaar na dato. We hebben in twee verschillende hostels getukt. Waarvan het Leo Courtyard Hostel een historie kent van lichte zeden. Blijkbaar consumeerden hoge ambtenaren hier hun rust. Weggezonken in de anonimiteit. Tjingtao Beer is een prettige lager van 600 ml. Boef treedt op als moeder van franse lieve backpackjongetjes die hun vlucht moeten halen. Helaas zijn ze met hun zatte hoofd in slaap gevallen en werden ze door moeders van der rijst een half uur voordat ze zouden opstijgen uit hun deleriumdroom ontwaakt. Twee a drie uur in een kattencafe gezeten. De muur in al haar megalomane realiteit aanschouwd, beklommen en bewandeld. Al hoestend en slijmschrapend kennisgemaakt met de luchtvervuiling. Het weer is: strakke blauwe luchten als een Beijing gesluierd in de mist. Het is teveel wat we allemaal meemaken. Onze zintuigen worden overprikkeld. Het is heerlijk en vermoeiend. We zien, proeven, ruiken en horen alles in een miljardvoud. Slapen in dorms is dodelijk door het onderbreken van je nacht door promillage van de jeugd. Ouderdom is zichtbaar, voelbaar en onontkoombaar. Dat wordt wel duidelijk bij het aanschouwen van gedrag van begin twintigers. Ik zucht. Accepteer. Overleef. Tussendoor zijn we ook nog een bekende uit Amsterdam tegengekomen en zijn we voor een bliksembezoek via de fabriek van Dirkjan, Tom en Mark Darcy in Tianjin geweest. Mark op sleeptouw genomen. Overdadig gegeten en met de lunch aan de 40 procent. Op zijn chinees is aan de drank. Fabriek zag er keurig uit. Daar kunnen veel vingers in Nederland nog van worden afgelikt. Slapen in een fabriek is overigens prima te doen. Is nog wel een kostensnijder thuis in de Eurozone.

    Samenvattend zijn deze 7 dagen in China een rollercoast van hartelijkheid, vriendelijkheid, behulpzaamheid en overdaad aan indrukken. Het overtreft al onze verwachtingen. We zijn verliefd.

    Wat gaat er nog meer komen?
    Nu eerst nog een Tsjingtao.
    Op naar Pingyao.

    Weltrusten.
    Read more

Never miss updates of Jandaan en Marleen with our app:

FindPenguins for iOS FindPenguins for Android