Guangzhou
1 Februari, China ⋅ ☁️ 11 °C
Nog ééntje dan, nog één allerlaatste avontuur. Omdat ik ruim 8 uur had tot m'n vlucht naar Amsterdam, zag ik de kans schoon om ook China nog even in te wandelen. De vlucht was dikke prima, naast toch wel aardig wat gerochel om me heen. Wat ik nog niet eerder heb meegemaakt is dat er een security mannetje op de vlucht was en de hele tijd een beetje rond zit te lopen. Blijkbaar is dat standaard met deze airline. Ben benieuwd of dit uit voorzorg is of omdat er vaak wordt geknokt hier haha. Om 2:30 snachts was er ontbijt, wat bestond uit yoghurt en noodles met garnalen. Interessante combi. Voor de landing was er opeens 10 minuten aan meditatieoefeningen op alle schermpjes te zien, en iets voor half vijf in de ochtend landden we keurig in Guangzhou.
Ik kwam verrassend snel door de douane, waarna ik op een heel leeg vliegveld terecht kwam. Ik had er even geen rekening mee gehouden dat het nog zo vroeg was, en openbaar vervoer nog niet reed. Terwijl er een aantal Chinese mannen me een taxi wilden aansmeren, zag ik dat er alsnog een rij aan het vormen was bij de ingang voor de metro, en na keurig aangesloten te hebben, ging ie inderdaad om 6 uur open. Ik had m'n overgebleven Nieuw-Zeelandse Dollars in Auckland al omgewisseld naar Chinese Yuan, dus dat scheelde weer. Alles schijnt hier met WeChat en AliPay, dus je credit card schijnt hier niet extreem veel te helpen. Cash is dus je grote vriend hier. Pluspunt: 45 minuten met de metro naar de stad kost 85 cent. Wat ook direct opviel is dat m'n internetbrowser hier niet meer werkt. Alles wordt eerst omgeleid naar de Chinese Bing, en dan pas kan je iets opzoeken. Ook een website als Wikipedia is niet te krijgen.
Guangzhou (uitgesproken als Gwangdzjo) heeft meer dan zes miljoen inwoners en ligt niet zo ver weg van Hong Kong en Shenzhen. Maar ondanks dat het zo'n grote stad is, was het vrijwel uitgestorven op de zondagochtend. Er waren alleen wat hardlopers en ploeg die de straten schoon aan het maken waren. Vandaag begint in Guangzhou de APEC (Asian Pacific Economic Cooperation), dus ze zullen hun beste beentje wel voor willen zetten. Ik begon in het business district, waar ook de Canton Tower staat, een toren van 150 meter hoog. Overal hangen camera's, en zelfs bij het opgaan van een loopbrug moest m'n tas door een xray en werd ik ook zelf gecontroleerd, al werd dat niet al te serieus genomen. Die agenten hadden geen reet te doen en stonden heerlijk peukies te roken.
Ik was al snel klaar met deze kale bedoeling, dus pakte ik een metro naar een ander deel van de stad. Duidelijk een stuk armer gebied, waar de straat vol was met hele kleine winkeltjes. Allemaal (voor zover ze open waren) heel basic, maar daardoor vond ik het juist bijzonder om te zien. Deed me een beetje denken aan Centraal-Azië. Hier is ook een grote overdekte markt voor traditionele Chinese medicijnen (waarvan de Nieuw-Zeelandse biosecurity spontaan een paniekaanval zou krijgen denk ik), maar die was helaas dicht. Na nog een stukje met de metro, die al steeds drukker werd, net als op straat, kwam ik bij de Temple of the Six Banyan Trees uit. Ik verwachte een wat uitgestorven toeristische attractie, maar dit was juist de meest levendige plek die ik tegenkwam, met alleen maar Chinezen die daar heel serieus de Buddha's aan het aanbidden waren! Er werden geschenken gedaan (van geld tot blikjes cola), en er konden een soort posters gemaakt worden. Posters zal vast de meest denigrerende term ooit zijn, maar ik had niet echt de tijd en rust om te vragen wat het was. Ondertussen heb ik bij één van de winkeltjes een soort broodje gehaald, die eruit zag alsof ik het vliegveld nog wel levend kon halen. Het liefst had ik van alles geprobeerd, maar omdat ik geen idee had wat ik allemaal in m'n bek zou stoppen en hygiëne geen topprioriteit leek te hebben in deze buurt, speelde ik het voor deze ene keer maar op safe. Het was een heerlijk broodje met een soort room erin, veel ei, met aan beide uiteinden een soort fluffig, oranje spul. Absoluut geen idee wat dat was, en toen ik aan het vrolijke oude mannetje met wat wijswerk en simpel Engels probeerde te vragen wat het was, zei hij vol trots: "good morning". Ik deed maar alsof dat het perfecte antwoord op m'n vraag was, en liep weer verder.
Ik besefte me hoe extreem bizar het eigenlijk is om zo maar even door China te lopen. Wakker geworden in Niue, en niet eens 24 uur later ben je in een compleet andere wereld, een andere taal, andere cultuur, en al helemaal een ander soort mens. Even met de metro op pad, rondstruinen, en 8 uur later zit je alweer in het vliegtuig naar Nederland. Absurd eigenlijk, en tegelijkertijd is het een ervaring wat haast al een beetje begint te wennen. Om 11:00 was ik weer op het vliegveld, al voelde het elf uur savonds; de biologische klok is al lekker door elkaar geschud. Ook het vliegveld was een stuk levendiger, en heel simpel kwam ik weer door de douane heen. Eenmaal bij de gate kwam ik de eerste Nederlanders tegen, dus ben ik maar een paar gates verderop gaan zitten (naar Ho Chi Min City, de verleiding was groot om een poging te wagen), om me niet te veel te ergeren aan al dat genederlands. De vlucht ging prima, maar ik merkte wel dat deze trip wel lang duurde. De 44 uur, grotendeels in een vliegtuig, en tussendoor maar wat wachten en als een heuse Chinese toerist zo snel mogelijk een hele stad proberen te zien begon z'n tol wel een beetje te eisen. Zeker omdat ik nauwelijks kan slapen in vliegtuigen, dus dan gaat de tijd al helemaal langzaam voorbij. Maar goed, je kan niet alles hebben!Baca lagi




























