• Campo’s fiets

    20 Ogos 2025, Belanda ⋅ ☁️ 23 °C

    Toen mijn oude trouwe Avaghon randonneur (bj. 1997) praktisch niet meer op te lappen bleek kocht ik in 2022 een Koga Worldtraveller als woon-werk en vakantiefiets. Een tikje zwaar maar heel robuust. Na verloop van tijd begonnen het logge karakter, de zware loop en de rechtop zit mij echter tegen te staan. Met het oog op ons plan voor de 100 cols tocht zag ik meer in een gravelbike, d.w.z. een fiets met een sportieve zit, de mogelijkheid lichte bepakking mee te nemen en iets bredere banden te monteren. Behalve voor woon-werk ritten en fietsvakantie zou zo’n fiets met een extra wielset ook mijn mountain-bike kunnen vervangen. Kortom, twee fietsen eruit, één nieuwe erin, was de gedachte.

    De keuze viel op een Trek Checkpoint SL5, een robuuste fiets met carbon frame, 2x12 mechanische GRX groep en genoeg bevestigingspunten zowel voor als achter. Inclusief spatborden en bagagedrager weegt hij 11 kg, dat is niet super licht (Marja’s fiets weegt minder dan 9 kg), maar minstens 5 kg lichter dan de Koga WT. Ook niet onbelangrijk: hij rijdt veel fijner en is maar weinig trager dan m’n kale racefiets.

    Als achtertassen kozen we lichtgewicht Vaude aqua back (2 x 20 liter). De set weegt maar 1000 gram, ongeveer de helft van een set traditionele achtertassen. Als voortassen kozen we een set Tailfin Fork packs (2 x 10 liter). Deze gaan direct (met snelkoppeling) op de voorvork zodat geen aparte drager nodig is. Onder de bovenbuis nog een Tailfin half-frame tas van 3,8 liter en op de bagagedrager een dry-bag met onze hardloopschoenen en stoeltjes.

    Net als bij Marja zat alles rammelvrij vast. Het enige ongemak deed zich voor met de fork-packs. In de praktijk wilde het stuur nogal eens hinderlijk gaan schommelen. Om dit tegen te gaan konden de voortassen niet volledig benut worden en moest de rolsluiting om de vorkpoten gebonden worden. Het was niet geheel afdoende maar dit is waarschijnlijk meer te wijten aan de geometrie van de fiets dan aan de tasjes.

    Wanneer wij op onze kale racefietsen een beklimming doen, fiets ik iets sneller naar boven dan Marja. Het leek ons daarom goed om de bepakking niet gelijk te verdelen. Het uitgangspunt was dat mijn totaalgewicht 7 à 10 kilo hoger mocht zijn. Dit heeft in de praktijk goed gewerkt al speelt de vorm van de dag natuurlijk ook een rol.

    Hoewel ik ook op de steilste stukken kon blijven fietsen vind ik achteraf dat het lichtste verzet niet toereikend was. Zelfs met voorbladen 44x28 en 11–36 cassette zakte mijn cadans op steile stukken regelmatig onder de 60 en soms zelfs onder de 50. Dat is niet goed voor het onderstel. Het alternatief is harder trappen maar of je je dat structureel kunt veroorloven is een andere vraag. Wat ik heb geleerd is dat ik op een tocht als deze in zone 1 of hooguit 2 moet blijven. Uitstapjes naar zone 3 en hoger eisen hun tol in vermoeidheid en langer herstel.
    Baca lagi