• 2 mei Van Minden naar Bad Iburg

    May 2 in Germany ⋅ ☀️ 14 °C

    Rommelmarkt

    3 mei – Weer: zonnig en warm, rond 24–26°C, lichte wind (bron: Deutscher Wetterdienst)

    Er hangen al dagen stencils aan de muren van de oude vakwerkpandjes in onze straat: 3 mei – niet parkeren vanaf half zeven: vlooienmarkt. Maar we onderschatten de Duitsers (gebeurt vaker, toch niet doen). Zoals altijd zijn ze punctueel: stipt om half zeven barst er een enorm lawaai los onder onze slaapkamerraampjes. Rammelende dozen vol potten en pannen, lange houten tafels die worden uitgeklapt, plastic kisten vol kleding die zonder pardon worden leeggestort.

    Als we om zeven uur naar buiten lopen om een broodje te halen bij de Bäckerei, staat de straat en het pleintje al helemaal vol. Vol… met troep. Het lijkt alsof ze alles wat in Nederland op Koningsdag niet verkocht raakt, linea recta in een busje hebben gekieperd om het vervolgens hier in Minden voor onze deur weer uit te stallen. Een soort Europese kringloopeconomie in zijn meest rauwe vorm.

    We rijden de stad uit via een mooie tuibrug over de Wesel. Rechts van ons blijft het enorme Kaiser-Wilhelm-Denkmal in beeld, hoog boven de “Poort van Westfalen”. Het staat er al sinds 1892, 88 meter hoog, alsof keizer Wilhelm I persoonlijk toezicht houdt op alles wat zich hier beneden afspeelt—van scheepvaart tot zaterdagochtendfietsers.

    We rijden langs jonge graanvelden, halflege beekjes en door schattige Duitse dorpjes. Vandaag veel meer asfalt dan gisteren, maar gelukkig af en toe afgewisseld met gravel. Door de droogte voelt elke ondergrond inmiddels als gravel. Onze fietsen doen ongewild mee aan een soort permanente wielerwedstrijd: Tour de Stoflaag.

    In de ochtend worden we weer een paar keer vergezeld door een biddende buizerd. Hij hangt stil in de lucht, alsof hij ons observeert. Of misschien gewoon wacht tot één van ons omvalt.

    Midden in het kleine maar pittoreske Melle lunchen we in een Turkse lunchroom: Baklavita Sweets & More كافيه و حلويات سوريّة فاخرة staat er op de gevel. We willen linzensoep. Die is er niet. Dan maar een andere soep. “Kleine Suppe.” Ook niet echt een succes. Uiteindelijk eindigen we met een bord Turkse lekkernijen, tosti’s en iets dat van de ontbijtkaart lijkt te zijn gevallen. En Baklava met walnoten. Dat is er dan weer wél.

    We rijden verder. De zon schijnt gul en het is al snel 25 graden. We passeren opnieuw vakwerkhuizen, oude (soms verlaten) boerderijen, velden vol graan en felgele koolzaadvelden. Bijna de hele route kronkelt door dalen met riviertjes en beekjes, maar de laatste twintig kilometer heeft nog een klimmetje voor ons in petto. Natuurlijk. Over gravel.

    En onderweg opvallend veel kapelletjes. Maria is hier duidelijk populair. Ze kijkt op ons neer vanaf kleine nisjes en veldrandjes, alsof ze weet dat wielrenners vooral op het einde beginnen te vloeken.

    Na een kleine afdaling rijden we Bad Iburg binnen, met boven op de heuvel het imposante Schloss Iburg. Wij slapen in een Oost-Europees aandoend jaren 70-hotel, compleet met betonnen balkon—functioneel, onverwoestbaar en licht melancholisch.

    Na honderd kilometer trappen haasten we ons, na het douchen, naar de eerste de beste Italiaan in het dorp. Die blijkt verrassend goed: heerlijke Pinsa Romana en pizza’s. Soms zit het geluk in simpele dingen—een warme douche, koude benen en deeg dat precies goed gebakken is.
    Read more