• Bertus Reist
  • Bertus Reist

Hannover Almere

Pengembaraan pendek tetapi bagus oleh Bertus Reist Baca lagi
  • Permulaan perjalanan
    30 April 2026

    Van Hannover naar Minden

    1 Mei, Jerman ⋅ ☀️ 12 °C

    1 mei 2026 – Zacht lenteweer, licht bewolkt en rond 25°C volgens de Deutscher Wetterdienst

    Dag van de Arbeid. De straten van Hannover liggen er verlaten bij als we om 8 uur wegfietsen van ons “Première”-hotel. Hier wordt de dag van de arbeider nog echt gevierd. Ik stel me voor dat er vanavond vanuit clubhuizen, vergaderzaaltjes en havenkroegjes nog steeds in gezwollen gezang Der Internationale klinkt. Dat zou mooi zijn.

    Ontbijt: een punt Baskische cheesecake. Ook die tent is leeg en stil, alsof de stad collectief heeft uitgeslapen. Al snel zijn we Hannover uit en rollen we kilometerslang over een smal lint langs het Mittellandkanaal. Groen en water wisselen zich af met rafelranden van oud industrieel erfgoed—een soort openluchtmuseum van baksteen en staal, waar de tijd niet helemaal heeft besloten of hij door wil lopen.

    Het is vroeg; we komen nauwelijks iemand tegen. Tot het pad ineens wordt “bezet” door een enorme bever. Hij staat op zijn achterpoten en tuurt over het kanaal, alsof hij zelf ook even wil controleren of de werkdag vandaag wel doorgaat. Dan schuifelt hij richting zijn burcht aan de andere kant van de dijk. Duitsland, maar dan met een vleugje natuurdocumentaire.

    Bij Gümmer verlaten we het kanaal en draaien noordwaarts, richting het Steinhuder Meer. In Wunstorf drinken we koffie terwijl de lokale horeca zich opmaakt voor een avond vol biertenten, worst en lichte chaos—de georganiseerde gezelligheid waar Duitsers patent op lijken te hebben.

    En dan is ineens duidelijk waar iedereen is: in Steinhude am Meer. Een dorpje vol kraampjes, restaurantjes, bootverhuurders en ballonverkopers. Families schuifelen in een soort vriendelijke polonaise langs het water, over keurig uitgezette paden. Het heeft iets kermisachtigs, maar dan zonder schreeuwmuziek—meer flaneren dan feesten.

    We zadelen weer op en gaan zuidwaarts, richting Hinden. Van alle paden die we vandaag rijden is zeker 80% gravel en bospad. Onze nieren worden door elkaar gerammeld en daarna weer netjes op hun plek teruggezet. De fietsen vragen onderweg om een aandraaibeurt—een subtiele hint dat ook zij de Dag van de Arbeid voelen.

    In Hinden halen we bij de Turkse bakker een opgerold stuk bladerdeeg met kaas en spinazie. Altijd goed. Daarna door naar ons schattige huisje: een vakwerkhuis midden in het centrum. Van buiten klassiek, van binnen strak en modern, met hier en daar nog een balk die zachtjes kraakt als herinnering aan vroeger.

    ’s Avonds zitten we aan de Wezer in een echte Biergarten. Brede vrouwen met nog bredere dienbladen vol bierglazen met handvatten laveren soepel tussen de tafels door—een soort choreografie die je alleen hier ziet. Ik neem een Riesen Currywurst, Steef gaat voor twee Duitse “frikandellen” (lees: gehaktballen). Een emmer bier erbij en het plaatje klopt. Vandaag wordt er niet gewerkt, maar wel geleefd.

    https://youtu.be/OSszBEzMFlw
    Baca lagi

  • 2 mei Van Minden naar Bad Iburg

    2 Mei, Jerman ⋅ ☀️ 14 °C

    Rommelmarkt

    3 mei – Weer: zonnig en warm, rond 24–26°C, lichte wind (bron: Deutscher Wetterdienst)

    Er hangen al dagen stencils aan de muren van de oude vakwerkpandjes in onze straat: 3 mei – niet parkeren vanaf half zeven: vlooienmarkt. Maar we onderschatten de Duitsers (gebeurt vaker, toch niet doen). Zoals altijd zijn ze punctueel: stipt om half zeven barst er een enorm lawaai los onder onze slaapkamerraampjes. Rammelende dozen vol potten en pannen, lange houten tafels die worden uitgeklapt, plastic kisten vol kleding die zonder pardon worden leeggestort.

    Als we om zeven uur naar buiten lopen om een broodje te halen bij de Bäckerei, staat de straat en het pleintje al helemaal vol. Vol… met troep. Het lijkt alsof ze alles wat in Nederland op Koningsdag niet verkocht raakt, linea recta in een busje hebben gekieperd om het vervolgens hier in Minden voor onze deur weer uit te stallen. Een soort Europese kringloopeconomie in zijn meest rauwe vorm.

    We rijden de stad uit via een mooie tuibrug over de Wesel. Rechts van ons blijft het enorme Kaiser-Wilhelm-Denkmal in beeld, hoog boven de “Poort van Westfalen”. Het staat er al sinds 1892, 88 meter hoog, alsof keizer Wilhelm I persoonlijk toezicht houdt op alles wat zich hier beneden afspeelt—van scheepvaart tot zaterdagochtendfietsers.

    We rijden langs jonge graanvelden, halflege beekjes en door schattige Duitse dorpjes. Vandaag veel meer asfalt dan gisteren, maar gelukkig af en toe afgewisseld met gravel. Door de droogte voelt elke ondergrond inmiddels als gravel. Onze fietsen doen ongewild mee aan een soort permanente wielerwedstrijd: Tour de Stoflaag.

    In de ochtend worden we weer een paar keer vergezeld door een biddende buizerd. Hij hangt stil in de lucht, alsof hij ons observeert. Of misschien gewoon wacht tot één van ons omvalt.

    Midden in het kleine maar pittoreske Melle lunchen we in een Turkse lunchroom: Baklavita Sweets & More كافيه و حلويات سوريّة فاخرة staat er op de gevel. We willen linzensoep. Die is er niet. Dan maar een andere soep. “Kleine Suppe.” Ook niet echt een succes. Uiteindelijk eindigen we met een bord Turkse lekkernijen, tosti’s en iets dat van de ontbijtkaart lijkt te zijn gevallen. En Baklava met walnoten. Dat is er dan weer wél.

    We rijden verder. De zon schijnt gul en het is al snel 25 graden. We passeren opnieuw vakwerkhuizen, oude (soms verlaten) boerderijen, velden vol graan en felgele koolzaadvelden. Bijna de hele route kronkelt door dalen met riviertjes en beekjes, maar de laatste twintig kilometer heeft nog een klimmetje voor ons in petto. Natuurlijk. Over gravel.

    En onderweg opvallend veel kapelletjes. Maria is hier duidelijk populair. Ze kijkt op ons neer vanaf kleine nisjes en veldrandjes, alsof ze weet dat wielrenners vooral op het einde beginnen te vloeken.

    Na een kleine afdaling rijden we Bad Iburg binnen, met boven op de heuvel het imposante Schloss Iburg. Wij slapen in een Oost-Europees aandoend jaren 70-hotel, compleet met betonnen balkon—functioneel, onverwoestbaar en licht melancholisch.

    Na honderd kilometer trappen haasten we ons, na het douchen, naar de eerste de beste Italiaan in het dorp. Die blijkt verrassend goed: heerlijke Pinsa Romana en pizza’s. Soms zit het geluk in simpele dingen—een warme douche, koude benen en deeg dat precies goed gebakken is.
    Baca lagi

  • 3 mei van Bad Iburg naar Billerbeck

    3 Mei, Jerman ⋅ ☁️ 17 °C

    Zondag 3 mei – Bewolkt met opklaringen. (bron: Deutscher Wetterdienst)

    Vroeg op in ons Oostblok-achtige Hotel am Park. De fietsen halen we uit de kelder, waar het ruikt naar beton en een vleugje nostalgie. Ontbijt in het hotel slaan we over; het oog wil ook wat, en dat wil hier duidelijk niet aanslaan.

    We trappen Bad Iburg uit, de bossen van de Kahler Berg en Liener Berg in. Meteen een stevig stuk omhoog. De weg is nog nat van de regenbui van vannacht. Ik kan niet te dicht achter Steef rijden (normaal juist prettig, want hij rijdt net iets harder dan mijn natuurlijke tempo) maar nu verandert zijn achterwiel in een soort mobiele fontein die rechtstreeks mijn gezicht bedient.

    Na de afdaling rollen we een uur later Lienen binnen. Via een smalle singletrack komen we in het dorpshart. Daar is een warme bakker met een achttal tafeltjes buiten, pal naast een wit kerkje dat zo uit een ansichtkaart lijkt te zijn gevallen. Op de menukaart bij de deur staat: Deck zwei: zwei Brötchen, Kaffee, Kakao oder Tee, Marmelade und Aufschnitt. Dat klinkt als precies wat een mens nodig heeft om de dag opnieuw te beginnen.

    Er staan vier klanten voor ons. Wanneer ik Maria van de bakkerij vraag om zwei mal Deck Zwei, zie ik lichte paniek in haar ogen. “Niet nu,” zegt paniekerige Maria. “Ik ben helemaal alleen, het is veel te druk.” Alsof het onze schuld is dat ze in een drukke bakkerij werkt. Alleen als we geen haast hebben, kan het. Gelukkig: haast is vandaag een onbekend begrip. De zon breekt door, wij zitten goed, en de wereld mag best even wachten.

    Na een kwartier verschijnt Maria in de deuropening. “Volkoren of wit?” “Volkoren!” roepen we, bijna opgelucht dat we nog bestaan. Ze verdwijnt weer. Klanten komen en gaan—een kleine sociologische studie in broodhonger, ochtendrituelen en op welke wijzen je een brood kan vasthouden. Duitsers lijken hun bakker serieus te nemen: er wordt niet gehaast, veel gekletst en rustig rond gekeken. En paniekerige Maria maar wild om zich heen grijpend naar allerhande broden en gebak.

    Na een half uur horen we bestek rammelen en kopjes rinkelen. En dan: paniekerige Maria komt naar buiten met dampende koffie en broodjes, bakje kersenjam en wat vleeswaren en kaas. Gelukt. Een kleine overwinning, geserveerd op mooi wit oud porselein. Op dat moment arriveert haar hulp, maar de rij is verdwenen. We hebben geen klant meer gezien. Timing is ook een vak.

    We rijden verder, langs velden vol asperge (ook het witte goud van Duitsland), graan, kale akkers die nog moeten beslissen wat ze willen worden en idyllische grasveldjes met prachtig uitzicht op kasteeltjes waar je zomaar romantisch zou kunnen neervleien met je vriendinnetje.
    Af en toe duiken we een bos in, dan weer een dorpje door.

    Minder spectaculair dan gisteren, maar heerlijk om tempo te maken. Het autoverkeer is schaars; af en toe een tractor, groepje dronken mannen in een mars, paard en wagen en fietsers. Het aantal fietsers groeit wel gestaag per uur, alsof we ongemerkt in een peloton zijn beland.

    Rond half twaalf, ergens halverwege, stoppen we bij een Biergarten. We bestellen een stukje taart en koffie. Het stukje blijkt een enorm stuk. Zo’n portie die je dwingt tot overgave. De rest van de dag hoeven we niet meer te eten. Althans, tot aan het diner.

    Vlak voor we Billerbeck binnenrijden, rond half vier, word ik gebeld. Ons hotel. “Jullie hadden toch gereserveerd?” vraagt een damesteam alsof ik een Duitse tv-presentatrice hoor. “Nog vijf minuten,” zeg ik. “Fijn,” antwoordt ze, met hoorbare opluchting.

    Het hotel blijkt leeg. De “presentatrice” van de telefoon staat te stofzuigen, alsof wij figuranten zijn na haar hectische zondag. “Jullie krijgen de suite,” zegt ze. “En jullie zijn vanavond alleen. Redden jullie je? Ik neem vanavond vrij.”

    We redden ons prima. De kamer is een compleet appartement: twee slaapkamers, twee tv-hoeken, een keuken. Ruimte genoeg om elkaar kwijt te raken, mocht dat nodig zijn.

    ’s Avonds eten we een wildzwijnburger met friet, overgoten met frisse saus, Parmezaanse kaas en jalapeño’s. Groot bier erbij. Klaar. De schuimrand blijft nog even hangen, net als de dag.

    Morgen rijden we Nederland weer in.
    Baca lagi

  • Van Billerbeck naar Doetinchem

    4 Mei, Belanda ⋅ ☁️ 18 °C

    4 mei 2026 – Zonnig, lichte meewind (volgens KNMI en Duitse weerdiensten langs de grens)

    Een uitgebreid ontbijt staat op ons te wachten in het hotel in Billerbeck. Gebakken eitje, vers gebakken broodjes, yoghurt met fruit. Je kent het wel.

    Vandaag een vlakke rit van Billerbeck naar Doetinchem. We hebben de wind mee en de route helt heel licht af, precies genoeg om ons het gevoel te geven dat we wielerhelden zijn. Voor ons doen dan.

    110 kilometer. Veel asfalt, af en toe onderbroken door een strook gravel die ons even terug de realiteit in schudt. In Stadlohn drinken we koffie. Het is nog te vroeg voor lunch, we zitten dan al op de helft. Het landschap is leeg op een prettige manier: weinig dorpen, veel groen, graan, bos, kanaaltjes en eilanden. Maar nog minder horeca, en op maandagochtend blijkt “open” een zeldzaam begrip.

    Na de Nederlandse grens wordt dat niet beter. We proberen een paar dorpen, maar nergens een café dat ons wil ontvangen. Tot er ineens een bordje verschijnt: Theetuin – geopend. De zon staat inmiddels hoog genoeg om alles vriendelijk te laten ogen. Aan de rand van een wild met kruiden begroeid weiland staan verspreid tafels en stoeltjes. Groepjes vrouwen zitten te kletsen en maken selfies. Wij schuiven aan.

    Na vijf minuten wachten verschijnt de eigenaresse. “Kennen jullie het concept van deze theetuin?”
    “Nee.”

    Ik ken het concept theetuin (een tuin waarin je thee drinkt) maar dat is, schatten ik in, niet de bedoeling van haar vraag. Er volgt een ingewikkelde uitleg over zelfbediening, zelf koffie schenken, zelf rekenen, betalen via QR-codes, schatkistjes voor muntjes en nog een paar lagen van organisatorische creativiteit. We lopen het padje op richting het zwarte houten huisje: koelkastjes hier, taartdozen daar, kopjes verspreid alsof ze zich schuilhouden. Niet bepaald intuïtief.

    Gevolg: ze legt het nog een keer uit.

    We rekenen zelf een kassabon bij elkaar met bedragen die op verschillende plekken in het keukentje staan vermeld op schoolborden, papiertjes en stickers. Muntjes in de ene trommel, briefjes in de andere. Alles bij elkaar een ingewikkeld “concept”, waarbij wij vooral denken: als je gewoon de bestelling had opgenomen, was je sneller klaar geweest. Maar, eerlijk is eerlijk, de taart is uitstekend en het uitzicht nog beter.

    De laatste 20 kilometer knallen we door naar Doetinchem. Ik ga nog even langs bij mijn moeder in het verpleeghuis voor een wat zwaarder gesprekje. Daarna mee met mijn zusje voor spaghetti met groene asperges. Het soort maaltijd dat precies goed voelt na een dag trappen.

    Ik slaap in het bed van mijn nichtje. Morgen ga ik alleen verder, richting Almere. Nog 115 kilometer. Laat die meewind maar blijven.
    Baca lagi

    Tamat perjalanan
    5 Mei 2026