Currently traveling

Bolivia

March - August 2019
Currently traveling
  • Day30

    Kosten Bolivia

    April 6 in Bolivia ⋅ ⛅ 6 °C

    Op 30 dagen in Bolivia gaven we gemiddeld €79 per dag uit.

    Onze grootste kost was de 3 dagen luxe die we ons permitteerden in Refugio Los Volcanes in het Amboro nationaal park. De €500 die we daaraan uitgaven waren het echter meer dan waard! Andere daguitstappen zoals naar Chacaltaya of naar Tiwanaku waren een heel pak goedkoper, zo’n €10 per persoon.

    Zonder de kost van Refugio Los Volcanes zouden we ongeveer €65 per dag uitgegeven hebben. Daarmee zou Bolivia samen met Kazachstan en Kirgistan tot onze goedkoopste bestemmingen behoren. En dat zou zeker logisch zijn want zowel eten, slapen als transport zijn hier heel betaalbaar.

    Aan eten en drinken gaven we €18 per dag uit. In de lokale restaurants kan je voor amper €4 een menu eten met soep, hoofdgerecht en dessert. Streetfood is nog goedkoper maar daar hebben we ons niet te vaak aan gewaagd uit vrees voor darmproblemen.

    Een slaapplaats kostte ons gemiddeld €20 per nacht. Aan de goedkoopste kamer met gedeelde badkamer gaven we met moeite €5 uit. De laatste nachten in Copacabana kozen we voor een iets modernere kamer met privébadkamer en daar was de prijs €35.

    Voor transport betaalden we €13 per dag. We kozen nochtans voor meer luxe dan in voorgaande landen door 2x te vliegen. Van Sucre naar Santa Cruz betaalden we €50 per persoon en van Santa Cruz naar La Paz €65. Daarnaast namen we bussen wat ongeveer €1 kost per uur reizen. In de steden deden we, zoals gewoonlijk, het meeste te voet.
    Read more

  • Explore, what other travelers do in:
  • Day30

    Bye bye Bolivia!

    April 6 in Bolivia ⋅ ☁️ 12 °C

    Bolivia was enorm divers. We wisselden nooit eerder zoveel hoogtes en laagtes af in 1 land. Letterlijk dan. Van 400m hoog in Santa Cruz naar 5400m in de buurt van La Paz. Onze lichamen werd hier serieus op de proef gesteld maar hielden goed stand.

    We begonnen direct met een hoogtepunt: de zoutvlaktes van Uyuni. Het spiegeleffect van het laagje water op het zout maakte het nog wat spectaculairder. Ook de vulkanen en gekleurde meren vol flamingo’s op deze tour waren de moeite. De passages in de jungle in Amboró en Coroico waren oases van rust in vergelijking met de drukke steden La Paz, Santa Cruz en Sucre. Als afsluiter genoten we tussen de alpaca’s aan het hoogst bevaarbare meer ter wereld, Titicaca.

    Na Chili en Argentinië was Bolivia een verademing qua kosten. Alles is een pak goedkoper waardoor we, ondanks een paar dagen luxe, toch binnen ons budget konden blijven.

    Het eten in Bolivia is eenvoudig maar lekker. Aardappelen en mais zijn er overvloedig aanwezig, van elk worden er honderden verschillende soorten gekweekt. Daarnaast proefden we heel wat lekkernijen zoals salteñas, saice, mondongo en verse trucha. En we kauwden een blaadje coca natuurlijk, tegen de hoogteziekte.

    We leerden heel wat over de cultuur en oude volkeren van Bolivia. Eerst de Quechua/Yampara tradities van het Pujllay festival in Tarabuco. Vervolgens een bezoek aan Tiwanaku. Daarna kwamen we rond Copacabana en Isla del Sol enkele zaken te weten over de Inca’s. En overal op straat zagen we duidelijk de kleurrijke invloeden van de Aymara.

    Alweer een topland, waar zeker nog veel meer te ontdekken is dan dat wij in 30 dagen konden doen.
    Read more

  • Day26

    Copacabana en het Titicacameer

    April 2 in Bolivia ⋅ ⛅ 11 °C

    Voor we Bolivia verlaten, brengen we nog enkele dagen door in Copacabana aan het Titicaca meer. Niet te verwarren met de gelijknamige wijk in Rio de Janeiro. We arriveren net voor zonsondergang en het uitzicht is prachtig. De stad ligt tussen enkele groene heuvels en het blauwe water van het meer schittert in de zon.

    Hostal La Cúpula wordt onze slaapplaats voor de komende nachten. Vé had online goeie recensies gevonden en die blijken terecht. Het hostel heeft een leuke tuin met hangmatten en enkele alpaca’s die het gras staan te trimmen. Van hieruit zien we het meer en de haven van Copacabana.

    Na een ontspannen nachtrust trekken we er samen op uit. We stappen langsheen het meer en vele akkers met quinoa, aardappelen en bonen. Na een kleine klim komen we in Chañi, een gehucht van enkele huizen groot. Op het water liggen hier enkele kunstmatige rieten eilandjes met restaurants die vers gevangen forel aanbieden.

    Net naast de rieten eilanden ligt de Mirador del Inca. Een grote rots die we beklimmen via Incatrappen en van waar we een mooi uitzicht over de omgeving hebben. Na een drankje keren we op het gemak terug richting Copacabana.

    De laatste dag springen we in een boot richting Isla del Sol, een klein eiland in het Titicacameer. Volgens de Inca’s is de zon daar geboren, vandaar de naam. We ondervinden al snel hoe lastig het is om op het heuvelachtige eiland te wandelen. Vanaf de haven, waar we afgezet worden, moeten we zo’n 200 meter klimmen. Enkele oude vrouwtjes met grote zakken op hun rug drijven ezeltjes naar boven en we kunnen hun verdorie niet volgen.

    Op een uur wandelen we naar de Pilka Kaina ruïnes op het zuidelijke tipje van het eiland. Daarna keren we terug naar Yumani, het dorpje waar we daarnet door stapten. Vé heeft genoeg gewandeld en rust uit op een terras. Ik wil nog even verder naar het noorden. Daar ligt de Palla Khasa berg, een van de hoogste punten van het eiland. Ik kan kilometers ver zien over de rest van het eiland en het meer.

    Verder noordwaarts mogen we blijkbaar niet. In ons hotel vertelde men dat enkele communes op het eiland ruzie hebben waardoor toeristen enkel het zuidelijke deel kunnen bezoeken.

    Terug in Copacabana halen we onze bagage op en verhuizen we naar een ander hotel voor de laatste nacht. Vlakbij het busstation vonden we een kamer voor amper 40 bolivianos (€5). Heel basic maar meer moet dat eigenlijk niet zijn voor ons. En de wifi werkt er zelfs beter dan in ons vorige hotel. Vé ligt wel in een deuk als ik na 10 minuten al door mijn bed zak. Gelukkig is het maar een houten plaat die verschoven is en kunnen we het probleem snel fixen. Tja, voor 40 bolivianos kan dat al eens gebeuren zeker…

    De dag erop vertrekt onze bus naar Peru om 18u30. Het is mooi weer dus we placeren ons ’s middags op een bankje aan de haven en doen wat aan people watching. Jongens van een jaar of 12 maken enkele waterfietsen klaar om te verhuren aan toeristen. Een bus die gedecoreerd is met bloemen wordt door een paar mannen ingewijd met bier en andere drank.

    In de late namiddag eten we nog snel een menu van de dag en dan vertrekt de bus richting Kasani. Dit grensdorpje ligt op amper 10 km van Copacabana. We stappen uit, krijgen een vaarwel-stempel van Bolivia en een welkom-stempel aan de Peruaanse kant.

    Een laatste filmpje van Bolivia: https://photos.app.goo.gl/yZczihzLVauxdSwP9
    Read more

  • Day23

    De fauna en flora van Coroico

    March 30 in Bolivia ⋅ ☁️ 25 °C

    We stappen in een minibusje samen met 15 volwassenen, 2 kinderen en 2 honden. Uit ons raam zien we enkele diepe, groene valleien en na een uur rijden zien we de “camino de la muerte” of de “death road” liggen. Een smalle gravelweg vlak langs de afgrond waar, zoals de naam het zegt, al vele doden gevallen zijn. Mensen die met hun auto van de weg raken en naar beneden sukkelen. Of met de fiets. De death road is namelijk een heel populaire toeristenattractie om met de mountainbike af te dalen. Het uitzicht is er geweldig, maar je let best toch op de baan.

    Het dorpje Coroico ligt op een prachtige locatie. Vanuit de meeste hotels heb je een indrukwekkend zicht op de omgeving. Het Yungay gebergte en de jungle overheersen hier en het klimaat is subtropisch.

    In ons hotel doen we een wandeling in de mooie tuin. Eerst langs een paar schommels die tussen het groen onder een boom hangen. Dan door een prachtige bloementuin vol vlinders. Daarna arriveren we op een open grasplein met hangmatten, een klein zwembad en een geweldig uitzicht op de bergen. We vinden dit nu al een toplocatie. Wat een verschil met het drukke La Paz waar we enkele uren geleden nog waren.

    De dag erop gaan we op verkenning. De receptioniste beveelt ons een wandeling aan langs 3 watervallen in de buurt. We stappen door de heuvels met een mooi zicht op de groene vallei onder ons. We passeren meerdere plantages van coca, bananen, mandarijnen en koffie. Na een halfuur zweten we al want de zon brandt hevig. Vanuit de struiken duikt plots een hond op die ons voor de rest van de dag vergezelt. We dopen haar “Chuflay”, wat een typische Boliviaanse cocktail is.

    Op de terugweg verlaat Chuflay ons voor enkele Bolivianen die langs de kant van de weg staan te eten. Begrijpelijk, het beestje zal wel honger hebben. Na 5 uur stappen bereiken we ons hotel en is het tijd voor een verfrissende douche.

    Voor we naar het Titicacameer vertrekken, bezoeken we Senda Verde. Dit opvangcentrum voor dieren ligt op een tiental kilometer van hier, in het midden van de jungle. Een Amerikaans-Boliviaans koppel startte Senda Verde in 2004 op nadat ze een kapucijnaap redden uit de handen van dierensmokkelaars. Ze hebben ondertussen al meer dan 800 dieren die mensen niet meer willen als huisdier, of die in de illegale smokkel verzeild raakten.

    De vriendelijke vrijwilligster Nora leidt ons anderhalf uur rond op het domein. Eerst passeren we de vogelkooien met massa’s kleurige papegaaien. We zien ook een tapir, een capibara die zich ontfermt over een jong hert en enkele schildpadden. Daarna bezoeken we de meer dan 200 apen. Kapucijnapen, spinapen, rode brulapen,… we zien er allerlei soorten. Als laatste zien we 2 exemplaren van de bedreigde brilberen.

    Triest om te zien dat deze dieren hier allemaal terecht gekomen zijn. En zeker als je weet dat per 10 illegaal verhandelde dieren er maar 1 overleeft. Naast deze 800 dieren zijn er dus ongeveer 8000 anderen gestorven. De Boliviaanse wet verbiedt Senda Verde om de dieren later weer in het wild vrij te laten, wat wil zeggen dat men hier steeds moet uitbreiden. De eigenaars en vrijwilligers zijn constant in de weer met het bouwen van nieuwe kooien en verblijfplaatsen voor de dieren. Respect voor hun inspanningen!
    Read more

  • Day20

    Tiwanaku, Chacaltaya en Valle de la Luna

    March 27 in Bolivia ⋅ ⛅ 13 °C

    Onze eerste uitstap vanuit La Paz gaat naar Tiwanaku. Op een open vlakte net buiten dit dorp staan nog slechts enkele ruïnes van wat vroeger het middelpunt van de Tiwanaku beschaving was. Dit volk leefde volgens onze gids van 1500 vC tot 1200 nC. Al wordt de begindatum door sommige onderzoekers in twijfel getrokken. Maar ze leefden alleszins vóór de Inca’s. Plots is de beschaving verdwenen en tot op heden weet niemand hoe dat gebeurd is. Een van de mogelijke verklaringen is een langdurige droogte in de regio waardoor de Tiwanaku weg trokken.

    En zo zijn er nog veel meer onopgeloste vragen. Hoe kregen ze de zware stenen (sommige wogen meer dan honderd ton) naar hier om hun bouwwerken te maken? Hoe werden ze op elkaar gestapeld? Hoe konden ze die voorzien van perfecte hoeken van 90 graden? Onze gids Leo beweert dat er al allerlei vormen van moderne technologie geprobeerd zijn maar dat niemand deze perfecte hoeken kan namaken. Dat vind ik wel een beetje vreemd. We kunnen tegenwoordig al zo veel, je maakt mij niet wijs dat er op geen enkele manier hetzelfde effect kan bekomen worden.

    Tijdens de uitleg van onze gids begint Vé zich wat misselijk en draaierig te voelen dus beslissen we terug te keren naar de wc’s in het museum. Geen idee of het van de hoogte is, of van iets verkeerd te eten… maar plezant is anders. Op de terugweg krijgt Vé een knuffel van een hond die er rond loopt en dat maakt het plots een stuk beter.

    In het aanpalende museum leren we over de heilige dieren van de Tiwanaku (condor, puma en slang) en over enkele vreemde gewoontes. Zo koos men kinderen die geboren werden met 6 vingers per hand of met een speciale vorm van schedel als sjamaan. De “afwijkingen” waren voor de Tiwanaku een teken dat ze specialer waren dan andere mensen. Hun schedel werd daarop nog verder uitgerekt of platgeduwd door er platen of stokken rond te binden.

    Enkele dagen later pikt gids Erica ons op voor een tour naar de berg Chacaltaya. Na anderhalf uur bergop rijden komen we aan op 5300 meter. Vroeger was dit een populair skiresort, tot de gletsjer volledig gesmolten is. Nu valt er af en toe nog wat sneeuw maar niet genoeg om op de latten te gaan staan. In de verte kleuren de ontelbare huizen van La Paz en El Alto de omgeving rood.

    Een korte maar pittige wandeling moet ons naar de top op 5400 meter brengen. Vé begint zich al snel draaierig, kortademig en misselijk te voelen. Ze had nooit eerder last van hoogteziekte, maar nu is het van dat. Na een kwartier besluit ze wijselijk om terug te keren naar de refuge. Enkele minuten later haken ook de 2 Britse meisjes met hoofdpijn af. Ik heb geluk want ik voel bijna niks van de hoogte.

    Erica, Lucille, een Canadese vrouw en ik stappen nog een halfuur verder met vele rustpauzes. Met ons viertjes bereiken we de licht besneeuwde top. Het is er fris, maar niet zo koud als ik gedacht had. Langs de noordkant is het bewolkt en hebben we een beperkt zicht. In de andere richtingen liggen enkele mooie meren in verschillende kleuren. Blauw, groen, oranje en zelfs paars. Prachtig. Ondertussen luisteren we naar de stilte. Dat stukje afzien om tot hier te komen was meer dan de moeite waard.

    Het afdalen gaat een stuk vlotter en op de middag zijn we terug aan de refuge. Vé haar hoofdpijn is jammer genoeg nog niet veel verminderd. Gelukkig betert het wel wanneer we met de auto terug naar La Paz rijden.

    We steken opnieuw het drukke centrum door en belanden een half uur later aan Valle de la luna (de maanvallei). In San Pedro de Atacama bezochten we ook al een plek met dezelfde naam, maar deze ziet er helemaal anders uit. De bergen hier zijn gemaakt van klei. Door erosie van wind en water zijn er allemaal hoge fijne pieken gevormd met daartussen diepe kloven. Het doet ons denken aan de Omarama clay cliffs die we zagen in Nieuw-Zeeland enkele jaren geleden.

    We wandelen er ongeveer 45 minuten rond in de felle hitte. Mooie, eigenaardige structuren maar bijlange niet zo indrukwekkend als de top van de Chacaltaya deze ochtend. Na een ijsje stappen we weer in de minibus en voor we het weten staan we in La Paz centrum.

    De beelden van deze uitstapjes: https://photos.app.goo.gl/TWiQ8cUSTZA815MV6
    Read more

  • Day17

    La Paz

    March 24 in Bolivia ⋅ ☀️ 16 °C

    Vanuit Santa Cruz vliegen we naar de hoofdstad La Paz. De vlucht verloopt weer heel vlot en een uur later landen we in El Alto. Dit is de zusterstad van La Paz die op 4100 meter ligt. Het schijnt niet de veiligste stad te zijn dus we nemen direct een taxi naar ons hotel in La Paz. We dalen zo’n 400 meter langs steile straatjes en zien op de achtergrond duizenden lichtjes van de hoofdstad. Overdag moet het hier een mooi uitzicht zijn.

    De volgende dag verkennen we de omgeving. Ons hotel ligt in Sagárnaga en dat blijkt een goed gelegen straat te zijn. Het trottoir is overladen met kraampjes met elk hun specifieke producten. Fruit, groenten, vis, vlees, bloemen, toiletartikelen, auto-onderdelen, gereedschap,… Alles is hier te vinden. Het gaat hier ook ferm bergop en bergaf, we voelen elke inspanning direct aan onze adem.

    Enkele blokken verder lopen we langs de bizarre “witches market”, de heksenmarkt. Hier zitten enkele Yatiri (sjamanen) op straat die je toekomst voorspellen door cocabladeren te lezen. Anderen verkopen foetussen van llama’s, gedroogde kikkers en slangen die geluk zouden brengen of je vruchtbaarheid verhogen.
    Later brengen we nog een bezoekje aan het cocamuseum en enkele van de vele “plazas” en parken in de stad.

    Het verkeer in La Paz is erg chaotisch en de stank van de uitlaatgassen is niet te harden. Deze stad moet een gigantische uitstoot veroorzaken. En als je dan ziet hoe vele moeders met kleine kinderen langs de straat zitten om fruit of gelatine te verkopen, dan vraag je je af hoe gezond men hier kan opgroeien… Wij zouden hier alleszins niet willen leven.

    In groot contrast daarmee staat de Teleferico. Doorheen de stad zijn meerdere lijnen van kabelbanen opgezet zodat mensen snel de steile straten omhoog en omlaag kunnen. De karretjes zien er erg modern uit, dit systeem kan nog maar een jaar of 5 oud zijn. Het is supereenvoudig en snel in gebruik. Voor amper 3 boliviano’s kan je al een ritje maken en je krijgt er een prachtig uitzicht over de stad bij.
    Read more

  • Day13

    Santa Cruz en Amboró

    March 20 in Bolivia ⋅ 🌧 19 °C

    Het Amboro nationaal park willen we niet missen. Hier komen 3 verschillende natuurfenomenen samen: de Amazone, de Andes en de Chaco (een grote laagvlakte). Zowel Samaipata als Santa Cruz zijn goeie uitvalsbasissen om het park te bezoeken. Samaipata lijkt het kleinste en meest aangename stadje van de 2. Maar de wegen er naartoe schijnen in slechte staat te zijn. 13 uur op een hobbelige bus, daar passen we liever voor. Zeker als we merken dat een vliegticket naar Santa Cruz slechts €50 per persoon kost. De beslissing is snel gemaakt: we vliegen op een uurtje naar daar.

    De eerste avond wandelen we naar een restaurant met typisch Boliviaans eten. Het is al donker sinds half 7, de dagen beginnen hier ferm te korten. Op dit uur van de dag is het wel nog altijd tropisch warm en vochtig. We zijn op onze hoede tijdens onze wandeling want Santa Cruz wordt de meest onveilige stad van Bolivia genoemd. In de smalle drukke straten loopt gelukkig nog veel volk rond en ook in het park nabij zitten er vele koppeltjes en kinderen. We voelen ons best wel op ons gemak.

    De volgende ochtend voert chauffeur Rodrigo ons op 2 uur tijd naar Refugio Los Volcanes. Eerst ontsnappen we uit de vele “anillos” van Santa Cruz. De stad is namelijk cirkelvormig opgebouwd. Er zijn 4 volledige ringen met radiale straten die tot in het centrum lopen, en daarnaast nog enkele halve ringen.

    De omgeving wordt steeds groener en vochtiger. Ideaal voor het kweken van citrusvruchten en yucca. Overal langs de baan zie je dan ook kraampjes waar mensen limoenen, mandarijnen en citroenen verkopen. Het begint ook stevig te regenen. Hopelijk klaart het straks terug uit zodat we wat kunnen wandelen in de natuur.

    Enkele kilometers voor het dorp Bermejo begint de route omhoog te slingeren. We slaan rechtsaf en komen op een kleine zand- en modderweg terecht. Na 4 kilometer hobbelen en slieren legt Rodrigo de motor stil. Hier wachten we op een 4x4 van de refuge die ons verder zal brengen. Rodrigo’s auto is hier niet voor gebouwd en zou anders vast kunnen raken in de modder.

    We hebben van hier een prachtig zicht op de refuge. Ongeveer honderd meter onder ons, tussen de grote rode zandstenen rotsen die overwoekerd worden door de jungle, ligt een kleine open grasvlakte met daarop enkele gebouwen. Wat een locatie, ik word er stil van. Het is de enige refuge in het hele Amboró park. Omgeven door niets dan natuur.

    Even later komt Vicente aangereden en die brengt ons naar de refuge. De stilte rondom ons is zalig. Je hoort alleen de wind waaien en enkele vogels tsjirpen. En het uitzicht… man, man. De zandstenen rotsen vormen een gigantische muur rond het domein van de refuge. Een veilige vallei waar wij moederziel alleen kunnen genieten van de natuur. Letterlijk alleen, want we zijn de enige gasten!

    Honderd meter verderop staat nog een gebouw. Dit is het restaurant. We drinken er een heerlijke koffie, die hier ter plaatse gemaakt wordt. In het bos staat een koffieplantage die door de eigenaars beheerd wordt. Het interieur is gezellig, met vele foto’s van de fauna en flora uit de omgeving. Er is ook een zithoek met enkele boeken. En buiten, vlak achter het terras, stroomt een kleine waterval waar we in mogen zwemmen. Hoe geweldig is dit zeg.

    In de boom die voor het restaurant staat, spotten we enkele “plush crested jays”. Geel-zwarte vogels met felblauwe wenkbrauwen. Wat verderop fladderen allerlei vlinders. Sommige zijn zo goed gecamoufleerd dat ze bijna niet te onderscheiden zijn van de bladeren aan de struik waar ze op zitten. Andere zijn bruin langs buiten en opvallend fluorescerend blauw langs binnen.

    Misschien ben ik onder de invloed van de cafeïne van de straffe koffie, maar ik vind dit momenteel de mooiste plek waar we op onze wereldreis al geweest zijn. We zijn hier nog maar 2 uur en we beslissen al om nog een dag langer te blijven. Als ons agentschap en de chauffeur het toelaten natuurlijk. Het is hier heel duur maar dit stukje paradijs is het meer dan waard!

    Net voor de lunch komt er nog een tweede koppel gasten toe. We zijn dan toch niet helemaal alleen. De vriendelijke kokkin serveert ons lekker en gezond eten, 3 keer per dag. We worden hier verwend.

    In de namiddag doen we een eerste wandeling met een lokale gids. Oscar werkt hier al vier jaar als tuinman en kent de paadjes als geen ander. Gewapend met een machete leidt hij de tocht. Het is gelukkig gestopt met regenen zodat we onze regenjas niet nodig hebben. Ondanks de bewolking spotten we toch veel dieren. Vooral vlinders, een paar vogels en ook enkele Martins apen die door de bomen slingeren. In de zomer staat het hier blijkbaar vol orchideeën maar die bloeien nu nog niet. We zien er uiteindelijk toch een drietal verschillende. Na anderhalf uur stappen door de vochtige jungle komen we bezweet terug aan de lodge. We rusten even uit en wandelen daarna op ons eentje naar de 3 watervallen in de buurt waar Vé een duik neemt.

    De volgende dag is het begin van de lente. Op het noordelijk halfrond dan toch. Voor ons is het een speciale dag want wij zijn exact 9 jaar samen. Dat kan al tellen! En wat een geweldige plaats om dat te vieren. Na het ontbijt gaan we weer op stap met Oscar. Ook de plaatselijke hond, die ondertussen al onze buddy geworden is, wandelt vrolijk mee. In dit stuk van het park zijn er weinig dieren te zien. We worden wel beloond met een geweldig panorama vanop het hoogste punt van de tocht. In de diepte zien we de refuge liggen. Daarrond niets dan bossen en bergen. En stilte. Enkele felgroene papegaaien vliegen in de verte voorbij. En weer stilte. Wat zijn we toch weer gelukzakken om dit te mogen meemaken.

    Op de derde dag, na een laatste wandeling, is het helaas tijd om dit paradijs te verlaten. Van de ongerepte natuur terug naar de betonnen jungle.

    Een filmpje: https://photos.app.goo.gl/UXCpKusNztUgAs3EA
    Read more

  • Day10

    Pujllay in Tarabuco

    March 17 in Bolivia ⋅ ⛅ 15 °C

    Tarabuco is een klein dorp op anderhalf uur rijden van Sucre. Het telt slechts een paar duizend inwoners. De derde zondag van maart is het er echter superdruk voor het Pujllay festival. Dit is een herdenking aan de bevrijding van het dorp uit de handen van de Spanjaarden in 1816. Het is ook een herdenking voor degenen die gestorven zijn en een eerbetoon aan Pachamama (Moeder Aarde).

    Op het binnenplein van een restaurant geeft een overenthousiaste Boliviaanse aan alle toeristen uitleg over wat er in haar restaurant en in de rest van het dorp zal gebeuren. De meesten stormen direct richting het centrale plein in de stad. Wij nemen eerst een kijkje in de kunstgalerij in het restaurant. Enkele prachtige portretten van de feestvierende locals zijn er tentoongesteld.

    De kunstenares zelf is ook aanwezig. Een supervriendelijke oude dame die erg goed Engels spreekt. Ze vertelt ons hoe ze exposities in Parijs gedaan heeft en hoe haar vader nog gestudeerd heeft in Brugge. Daarnaast babbelt ze vol passie over haar onderzoek naar de rol van de Boliviaanse vrouwen in de oorlog met Paraguay in 1932. We kopen enkele kaartjes met replica’s van haar kunstwerken erop. Vé is ook op slag verliefd op haar schilderij van een jaguar, dat helaas wat groot uitvalt. We nemen het toch mee. We zien wel hoe we het in België krijgen.

    Daarna trekken we het dorp in. Verschillende groepen uit de regio in traditionele kledij dansen en zingen door de straten. Overal staan locals met eetkraampjes en souvenirs. In enkele huizen weerklinkt feestmuziek en staan toeristen en locals te dansen en te eten van barbecues.

    Uiteindelijk wandelt iedereen naar een open stadion waar een 20 meter hoge “pukara” klaar staat. Deze toren is een offer voor Pachamama om een vruchtbaar jaar te verkrijgen. De toren wordt volledig gedecoreerd met broden, fruit, groenten en zelfs een hele koe. Op het einde van de dag danst en zingt iedereen rond de pukara en uiteindelijk wordt al het eten verdeeld onder de aanwezigen.

    Het is druk en heet aan het stadion dus we besluiten terug te keren naar het restaurant waar we gedropt werden. We krijgen er lekkere Boliviaanse kost voorgeschoteld en stappen een uur later terug op de bus richting Sucre.

    Enkele bewegende beelden uit Sucre en Tarabuco: https://photos.app.goo.gl/dPmE31tK2izQGFUW9
    Read more

  • Day7

    Sucre

    March 14 in Bolivia ⋅ ☁️ 16 °C

    Er is in Uyuni geen rechtstreekse bus naar Sucre te vinden dus gaan we eerst naar Potosi. De kwaliteit van het transportmiddel is een stuk minder dan we gehoopt hadden. We lijken 3 uur lang in de buik van een groot hobbelpaard te zitten. Ook al is de asfaltbaan perfect egaal, we botsen geregeld van onze stoel omhoog. Gelukkig worden we wat afgeleid door de mooie natuur onderweg. Via bergpassen en diepe valleien kronkelt de bus naar 4050 meter hoogte.

    Potosi is een van de hoogst gelegen steden ter wereld. De grootste inkomstenbron is al sinds de 16e eeuw de zilvermijn. De laatste jaren is er steeds minder grondstof te vinden maar toch werken er nog veel inwoners onder de grond. Als toerist kan je een rondleiding in de mijnen krijgen om te zien in welke erbarmelijke omstandigheden men daar leeft. Gevaarlijk, op sommige plekken heet en op andere ijskoud, slecht voor de gezondheid,… De gemiddelde mijnwerker kan na 10 à 15 jaar op pensioen omdat zijn longcapaciteit tegen dan gehalveerd is. Als hij het zo lang overleeft natuurlijk. Ik twijfelde even om er binnen te gaan maar ik denk dat ik schrik zou hebben om zo diep onder de grond in een kleine ruimte te kruipen.

    Onze bus richting Sucre is gelukkig een stuk comfortabeler dan de vorige. We zijn weer wat gedaald, naar 2700 meter. Sucre is na La Paz de belangrijkste stad van Bolivia en wordt ook de mooiste stad van het land genoemd. In de buitenwijken is dat niet direct te merken. Daar zien we vooral lelijke rode bakstenen gebouwen, zoals in Potosi ook het geval was.

    In het centrum hebben de straten smalle voetpaden en de uitlaatgassen van de auto’s en bussen zijn verschrikkelijk. Het is hier al even erg als in Bishkek. De gebouwen in koloniale stijl zijn wel mooi. Het centrale plein is een leuke mix van fonteinen, standbeelden en groene hoekjes. De drukte, zowel van mensen als van verkeer, maakt het echter niet zo aangenaam om er rond te lopen.

    Vé had gisteren ontdekt dat er een mooi kasteel op 5km buiten de stad ligt. We springen op een van de vele micro’s (minibusjes) om erheen te rijden. De “4” brengt ons langs het centrale plein, de boerenmarkt en andere bezienswaardigheden. Maar niet naar het kasteel. We besluiten af te stappen aan het busstation en vragen daar meer info. Het is effectief de 4 die we moeten hebben, maar een andere. Verwarrend. Gelukkig kost een ritje maar 1,5 bolivianos (€0,20).

    We wandelen door de drukke centrale markt en kopen wat verse groenten en fruit. Op het bovenste verdiep staan een heleboel vrouwen druk te roeren in hun metalen potten die op het vuur staan te pruttelen. Lijkt ons een ideaal plekje om te lunchen. We zetten ons aan een van de plastieken tafeltjes en proberen iets van het menu te kiezen. Mondongo, puchero, saice,… de namen klinken zeer exotisch. We hebben geen idee wat het allemaal is. Chorizo is herkenbaar dus kies ik daar voor. Aangezien er niks vegetarisch beschikbaar is, probeert Vé de saice. Vlees in een pikante saus met rijst erbij. Het smaakt allebei heel lekker en kost ons in totaal €4. Met 2 cola’s inbegrepen.

    Na de lunch doen we een nieuwe poging om naar het kasteel te raken. Na wat zoeken vinden we uiteindelijk de juiste micro die ons naar daar brengt. Castillo de la Glorieta werd gebouwd door een familie die eigenaars waren van een van de mijnen rond Sucre. Ze gebruikten het gebouw voor opvang van weeskinderen. Na een uurtje hebben we het elegante roze kasteel verkend en keren we terug naar ons hostel.
    Read more

  • Day3

    Salar de Uyuni

    March 10 in Bolivia ⋅ ⛅ 16 °C

    We wandelen door de stoffige straten van Uyuni, op zoek naar enkele agentschappen om een 3-daagse tour naar de zoutvlaktes te boeken. In een van de laatste die we bezoeken, lopen we toevallig een Nederlandse vrouw tegen het lijf die net terug komt van een tour. Ze is heel enthousiast over het bedrijf dat zij gekozen had, waarop we besluiten om hier ook te boeken. Het spreekwoord “als een Hollander u niet gekloot heeft, dan is hij het gewoon vergeten” spookt door mijn achterhoofd, maar toch hakken we de knoop door. Morgenvroeg om 10u30 vertrekken we met Uturunku Tours naar de zoutvlaktes.

    Tijd om wat voorbereidingen te treffen. We kopen een grote bidon water van 6 liter en gaan op de plaatselijke markt een pet en muts kiezen voor Vé. We nemen ook al een eerste pilletje tegen hoogteziekte. Momenteel zitten we op 2700 meter hoogte. Morgen stijgen we naar 3400 meter en de dag nadien zelfs naar 4950. Ook al zijn we in Chili al op grote hoogte geweest, we nemen liever geen risico’s.

    De ochtend erop springen we samen met 4 andere toeristen in de 4x4 van Omar. Hij is onze chauffeur, gids en kok voor de komende 3 dagen. De enthousiaste Australische vriendinnen Kirsty en Teegan springen direct op de achterbank. “Ideaal”, denk ik, want in alle touragentschappen vertelden ze ons dat dat de minst comfortabele plaatsen zijn. De Braziliaan Ivandro zet zich vooraan en wij kruipen samen met de Duitser Philip in het midden. Daar gaan we dan!

    Net buiten de stad stoppen we al voor een eerste keer. Het “cemeterio de trenes” is een laatste stelplaats voor oude treinen. Vroeger werden ze gebruikt om mineralen te transporteren uit de mijnen in de buurt. Omar vraagt of iedereen wat Spaans spreekt, maar blijkbaar zijn wij de enigen. Ik krijg direct de rol van vertaler op mij en leg alles uit aan de anderen.

    De roestende wrakken zijn erg fotogeniek, helaas zwermen er honderden toeristen rond. 95 procent van hen stapt uiteraard naar de dichtstbijzijnde treinen rechts, dus gaan Vé en ik naar links. Het is er een heel pak rustiger en we kunnen er tenminste foto’s trekken zonder andere mensen erop.

    Na een korte tussenstop voor souvenirs in Colchani is het tijd voor het echte werk: de Salar de Uyuni. Met 12000 m² de grootste zoutvlakte ter wereld. In het midden ligt het zout maar liefst 4 meter diep. De eerste maanden van het jaar is het regenseizoen in Bolivia. Dat wil zeggen: een laagje water op het grootste deel van de zoutvlakte. Sommige plekken, zoals het Incahuasi eiland, zijn zelfs onbereikbaar omdat er te veel water ligt.

    Samen met tientallen andere jeeps stoppen we een eerste keer aan de Ojos de Salar. Dit zijn een soort waterbronnen op de zoutvlakte waar luchtbubbels naar de oppervlakte komen. Daarna stoppen we op een droog stuk zoutvlakte waar we heel wat gekke perspectieffoto’s en filmpjes maken.

    De volgende bezienswaardigheid is het zoutmuseum. Dit gebouw is helemaal uit zoutblokken opgebouwd en was vroeger een hotel. Nu is het een grote eetzaal waar alle chauffeurs hun toeristen voederen. Vlakbij staat een monument ter ere van de Dakar rally. Ook volledig uit zout gemaakt. In het souvenirwinkeltje van het zoutmuseum kopen we enkele lege potjes die we straks zelf met zout willen vullen als souvenir.

    Na de lunch rijden we door naar een stuk zoutvlakte die onder water staat. Indrukwekkend, want het lijkt wel een grote spiegel die de lucht en de wolken weerkaatst. Na een volgende stop bij enkele zoutbergen installeren we ons op een goeie plaats om de zonsondergang te kunnen zien. Terwijl ik het hele gebeuren film, maakt Vé vele mooie spiegelfoto’s. Absoluut een van de mooiste zonsondergangen die ik al gezien heb. Vervolgens rijden we terug naar Uyuni voor het avondeten en een slaapplaats.

    Rond 1u wordt ik wakker met krampen en een grommelende buik. Twee uur lang is de badkamer mijn nieuwe habitat. Ik heb al betere nachten gehad. Wellicht was de kip van het avondmaal de boosdoener. Wanneer ik ’s morgens informeer, is er namelijk niemand anders ziek geworden. Enkel ik en Ivandro aten van het vlees. En aangezien hij uit Brazilië komt heeft hij ongetwijfeld meer weerstand dan mij op gebied van bacteriën in eten.

    De volgende dag vertrekt onze 4x4 in zuidelijke richting. San Cristobal is het eerste dorpje dat we tegenkomen. We trekken enkele foto’s van de mooie kerk en rijden dan langs velden vol fotogenieke lama’s met gekleurde pomponnetjes aan hun oren.

    Omar schotelt onze lunch voor in de buurt van een meer met enkele flamingo’s. Daarna volgt nog een tweede en derde meer, elk steeds mooier dan het vorige en met meer flamingo’s. Het echte hoogtepunt van vandaag is het laatste meer, Laguna Colorada. Het water heeft een dieprode kleur, te danken aan de aanwezigheid van algen, plankton en magnesium. Van dichtbij kunnen we honderden exemplaren van 3 soorten flamingo’s spotten: de James, de Andean en de Chileense. Ons fototoestel draait overuren en we zijn uiteindelijk de laatste toeristen die terugkeren naar de auto’s.

    De laatste ochtend worden we al gewekt om 4u15. Na een uurtje rijden komen we bij de Sol de Mañana geisers. Met 4950m is dit het hoogste punt van onze reis. Dankzij onze pilletjes tegen hoogteziekte hebben we er totaal geen last van. We voelen het enkel een beetje aan onze adem wanneer we wandelen. Philip daarentegen had al de hele nacht last van hoofdpijn en het wordt alleen maar erger. De meisjes hebben het vooral koud en blijven net als Philip in de auto zitten. Zo zijn het enkel Ivandro en wij die van de omgeving genieten. De zon begint net op te komen waardoor het een mooi effect is met de stomende geisers.

    Daarna dalen we langzaam aan weer af. We passeren een fotogenieke warmwaterbron waar we mogen zwemmen. Aangezien er nu nogal veel volk in zit, beslist Omar ons eerst naar de Laguna Verde en Laguna Blanca te brengen. Net achter de meren zien we de vulkanen Licancabur en Juriques. Doordat we op grote hoogte zitten, lijken ze wel minder indrukwekkend dan toen we hen zagen vanuit San Pedro de Atacama.

    Op de terugweg naar de warmwaterbron stoppen we even in de Dali woestijn. Deze wordt zo genoemd omdat er een zeer grote gelijkenis is met een van de schilderijen van de Spaanse schilder. Daarna springen Vé en Philip als enige in het lekker warme water. Net als Vé er weer uit is, passeert er op de achtergrond een boer met zijn kudde lama’s. Een fotogeniek zicht, jammer dat Vé er niet bij kan poseren. Een van de laatste stops is de Arbol de Piedra. Een steen die zo geërodeerd is dat die op een boom lijkt.

    Lunchen doe we wat verderop in een klein dorpje en dan rijden we in een ruk terug naar Uyuni. Of toch bijna. We moeten eens stoppen om een platte band te vervangen. Ivandro, Vé en ik stappen direct uit om Omar te helpen. De andere 3 mekkeren over hoe dit mogelijk is, want bij de vorige stop had Omar al een van de andere banden moeten oppompen. Ze blijven alle drie in de auto zitten. Wat hadden ze dan verwacht? We hebben elk amper 800 bolivianos betaald voor 3 dagen en rijden de hele tijd op onverharde wegen in een derdewereldland. Dachten ze dan dat dit een luxereis zou worden? Ze zouden eens 3 weken door Mongolië moeten reizen… Ik vind het jammer hoe ze reageren en ben blij dat wij een andere ingesteldheid hebben.

    De lekke band is binnen de 10 minuten vervangen en we kunnen weer verder. Rond 16u zijn we terug in Uyuni en nemen we afscheid van elkaar. We trekken terug naar hostel La Roca voor een laatste nacht in Uyuni.

    Enkele beelden van de indrukwekkende omgeving: https://photos.app.goo.gl/fH4YpbxpZ7jGneucA
    Read more