Satellite
  • Day21

    de stranden van Paracas

    April 27, 2019 in Peru ⋅ ⛅ 20 °C

    Na een zoveelste lange busrit komen we ’s morgens vroeg aan in Paracas. Hier hangt een hele andere vibe dan in Arequipa. Een klein zanderig kustdorpje, weinig auto’s, alles op het gemakje, lekker zeebriesje,… We like it! We wandelen naar hospedaje Mary waar we ondanks het vroege uur al snel kunnen inchecken in een kamer. Tijd voor een dutje want de busrit was vermoeiend.

    In de namiddag lopen we eens op de dijk met uitzicht op het strand en de oceaan. De vele restaurantjes bieden verse vis, zeevruchten en andere lokale gerechten aan. We boeken 2 uitstapjes voor de komende dagen: een boottocht naar de Islas Ballestas en een fietstocht naar het Reserva nacional Paracas.
    ’s Avonds proberen we een pizzeria die we op Tripadvisor gevonden hadden en dat blijkt een voltreffer. De vriendelijke Luca, een Italiaan uit Venetië, serveert ons lekkere, grote pizza’s met een krokante dunne korst. Met het zicht op de ondergaande zon erbij, zalig.

    Voor de tocht naar het Paracas national reserve springen we op een huurfiets. Na 4km bereiken we de ingang van het reservaat. Links van ons liggen grote gekleurde zandduinen en rechts ligt de oceaan. Na een stevige klim op onze kleinste versnelling passeren we het visitor center. Daarna wordt het terug iets vlakker en een paar kilometer verder bereiken we Playa Roja. Dit mooie rode strand dankt zijn kleur aan stukjes van een verder gelegen rots die afbrokkelen en hier aanspoelen.

    Een kilometer of 2 van hier ligt Lagunillas, een piepklein dorpje van enkele huisjes en restaurants. We zetten onze fiets aan de kant en wandelen naar het uitkijkpunt boven op een rots. Van hier hebben we een mooi panoramisch zicht op de omgeving. Massa’s aalschovers en pelikanen vliegen en vissen in de buurt. We zien de weg via een steile helling naar Playa La Mina kronkelen. Na een lunch vlak aan het water trekken we er heen.

    Alweer op de kleinste versnelling, ik zweet mij kapot als ik boven kom. Vé stapt het laatste stukje met de fiets in de hand. Daarna gaat het gelukkig bergaf. We stoppen eerst even op het kleinere playa Rascon. Een prachtig stukje strand waar we alleen zijn op een koppel zonnekloppers na. We genieten en kijken hoe enkele vogels van de hoge kliffen recht naar beneden duiken om vis te vangen.

    Playa La Mina is een stuk groter en populairder. Een dertigtal mensen liggen te zonnen of wagen zich in het frisse water. Het strand wordt La Mina genoemd omdat de rotsen op de achtergrond vroeger als mijnen dienden. We leggen ons een uurtje of 2 in de zon en Vé doet zelfs een dutje.

    Rond 15u keren we op het gemakje terug. Aan Playa Roja scheiden onze wegen. Ik wil een omweg maken langs een uitkijkpunt dat wat verder ligt. Vé neemt dezelfde route als in het heengaan. De hele kunnen we elkaar zien rijden in de verte. Op het uitkijkpunt heb ik een prachtig zicht over de hele omgeving. De rood-gele duinen, de baai van het Playa Roja, Lagunillas,…

    Daarna keer ik via een shortcut terug naar Vé. We zijn blij als we terug aan de uitgang van het park zijn. In totaal hebben we bijna 40 km gefietst. Niet slecht, gezien het de 2e keer dit jaar is dat we op een fiets zitten. We gaan ons wat opfrissen in het hotel en kiezen dan opnieuw voor de lekkere pizza’s van pizzeria Venetia.

    De dag erop, om 10u, start ons uitstapje naar de Islas Ballestas. Ook wel de “poor mans Galapagos” genoemd. Je kan er veel dieren zien en het tochtje kost amper 45 sol per persoon. De speedboot met 30 of 40 toeristen doet er 10 minuten over om naar de eerste bezienswaardigheid te varen.

    De “candelabra” is een afbeelding van een grote kandelaar die in de duinen werd getekend. Men weet niet precies door wie of wanneer, en zelfs over de betekenis is er discussie. Sommigen zeggen dat het een kandelaar is, anderen een cactus, of een drietand. Misschien was het een navigatiehulpmiddel, of een goddelijk symbool. Het is echter niet de hoofdattractie van deze trip.

    15 minuten later komen we aan bij de Ballestas eilandjes. Zwermen zeeleeuwen, aasgieren, aalschovers en enkele Humboldt pinguïns verwelkomen ons. De eilanden zijn bedekt met een laag guano, de uitwerpselen van de vele vogels. Deze shit is populair want het is een zeer goede organische meststof waar veel geld voor betaald wordt. Dus komen hier elk jaar een bende arbeiders met houwelen en schoppen de drek verzamelen om later te kunnen verkopen.

    We varen een uurtje rond de stranden en stenen bogen terwijl er honderden foto’s getrokken worden. Begrijpelijk, sommigen zien voor de eerste keer zeeleeuwen of pinguïns. Wij hebben al wat “ervaring” maar dat maakt het er niet minder mooi op.

    Genoeg woorden, nu enkele beelden: https://photos.app.goo.gl/H9aACiE2Rp5hNSsJA
    Read more