A 28-day adventure by Bertus Reist
  • Day25

    The Voice (Mavis Staples)

    August 3 in the United States ⋅ ☀️ 29 °C

    Let me hear your voice! 

    Op vele manieren was dat het thema van onze laatste dag in de VS. Morgen wordt het opruimen, schoonmaken, Uber appen en lang vliegen: van Minneapolis naar Chicago, van Chicago naar Brussel en vanaf daar rijden we naar huis.

    Vandaag dus een beetje een lummeldagje. Fiets gepakt en naar downtown gefietst. Minneapolis heeft wel een echt stadscentrum, maar het is alles behalve een winkelcentrum. Er is veel business en veel horeca, clubs, showgirls en een Warehouseditrict met veel mooie gebouwen.  De Minesota Twins spelen weer, dus op het plein voor het Targetstadion was het gezellig druk met families die naar "The Game" gaan. Maar leuk winkelen in de stad kennen ze hier niet.

    Lunchen doen we in een grote industriële hal die is aangekleed als een vissersloods, Smack Shack. Veel kreeft, mosselen, clamchowder, rivierkreeft en grote garnalen. Allemaal lekker dus. Daar mijmeren we een beetje over de afgelopen 4 weken. Het beeld dat in Nederland ontstaat (en misschien ook wel zo is) is dat Amerika naar rechts opschuift, waar groepen worden gemarginaliseerd, de leugen en de fantoomwerkelijkheid regeert, waar vrouwen en andere groepen aan de kant worden gedrukt en de rechtse conservatieve gekte de overhand heeft. Beetje het beeld wat we nu ook zien in Nederland.

    Maar sinds we hier zijn valt toch op hoeveel mensen zich openlijk uitspreken tegen die ontwikkeling. In honderden (misschien wel duizenden) tuinen, op bijna elke gebouw, in elke winkel en bij elk bedrijf spreekt men zich openlijk uit voor een samenleving waarin iedereen mag meedoen, waarin kleurverschil geen probleem zou moeten zijn, waarin de vrouwenrechten (op bijvoorbeeld abortus) niet geschonden worden. Het aantal biologische en vegetarische restaurants en winkels wat we zij tegen gekomen is niet te tellen. En die groep verheft zijn stem. Zoals in Nederland de rechtse-FVD-PVV-Argo-maffia het land vol hangt met omgekeerde vlaggen om te laten zien dat het alleen om hun zelf  gaat, op die zelfde schaal hangen hier de "Black Lives Matter"-bordjes en de regenboogvlaggen in tuinen, aan winkels , aan flats, op auto's en zelfs bij kerken. Het het zal ongetwijfeld mijn eigen bias zijn (en ook de keuze die wij maken voor streken en steden), maar het valt wel op. En niemand trekt de bordjes uit de tuin of haalt de vlaggen weg. Daar gaat toch net een iets positievere uitstraling van uit dan een bult stront op de snelweg en een omgekeerde Nederlandse NSB vlag aan je boerderij. Misschien een tip voor ons zelf....laat je horen aan de andere kant....(maar ik weet niet zeker of dat nog kan of dat ik zelf misschien ook wel bang zou zijn voor een steen door de ruit of een bult hooi voor de deur).

    Misschien is het een beetje wishfull thinking van mij, maar ergens hoop  ik dat het land waar ik zo graag doorheen reis, toch de goede afslag zal kiezen.

    Er was nog een Voice...The Voice. De huiseigenaar wilde een gunst van ons (na alles wat ze ons had gegeven en gegund, kon het niet snel teveel zijn). Maandag zou er een groepje muzikanten uit Nashville komen in ons huis (verdieping lager) en dat zou wat geluidsoverlast kunnen geven (muziek) en ze hadden ons internet nodig, want er zou een live-uitzending zijn op Facebook. Of dat oké is? Oh ja, en ze waren "in Town" vanwege een optreden. Oh ja en hij (Sawyer Fredericks) heeft The Voice gewonnen. Beetje grappend zeggen wij, geen probleem....als we vrij kaartjes krijgen. Geregeld.

    Vanavond reizen we dus af naar het concert in The Cedar, een wijk aan de Mississippi, net even buiten het centrum. We mogen de auto van de huisbaas weer mee. We komen de wijk inrijden en ineens staat de straat vol met Somalische vrouwen met hoofddoekjes en niqaabs. De wijk doet een beetje shabby aan. We parkeren op een stuk verrot asfalt dat als publieke parkeerplaats dienst doet. Wel betalen graag. Theater "The Cedar" blijkt een plaatselijk theatertje gerund door vrijwilligers, gesteund door de belastingbetaler en wat culturele weldoeners. De zaal oogt als een verbouwde verbouwde gymzaal met een antiek houden vloer. We moeten bij de ingang een mondkapje op, onze ID laten zien en onze Covidprikken kunnen aantonen (ze vinden onze Covid-app "so cut"). Waren we al weer vergeten, dat dat bestond. In de zaal staan 12 rijen met beige metalen klapstoeltje opgesteld. Ze vullen ongeveer de helft van de ruimte. Zo'n 250 stoeltjes. Nog niet de helft daarvan is gevuld. Jennifer Knapp doet het voorprogramma. Een zangeres uit Nashville die ooit begon als religieuze zangeres, uit de kast kwam en nu in die scene een fanbase heeft die behoorlijk idolaat van haar (en haar strijd voor de lhgbti+ belangen) zijn.  Als Jennifer klaar is (fijne stem, beetje flauwe nummers) vertrekken alle aanhangers van Jennifer en blijft er een kleine 40 man/vrouw over. Het winnen van de Voice is net als Nederland dus geen enkele garantie op enorm succes. En eigenlijk laat Sawyer in 90 minuten precies zien waarom het bijna altijd mis gaat met Voice-winnaars. Hij heeft een fantastisch flexibele stem met veel blues/soul, speelt weergaloos fingerpicking gitaar, heeft een lekker band (met een heel erg fijne drummer).......maar de liedjes....allemaal (op 2 of 3 na) net niet. Hij moet daarom zich net iets te veel aanstellen in zijn zang om het echt te laten lijken. Maar hé, wie ben ik....hij heeft wel de Voice gewone (en Pharell heeft hem gecoached). Maar leuke avond was het wel.

    En dan nog één Voice.....mijn schone kleren zijn op. Ik heb nog één broek, één paar sokken, één onderbroek schoon. Het laatste schone shirt wat ik heb kocht ik in Madison, na het concert van DE stem van deze vakantie......mijn eigen rode shirt van Mavis.....Mavis Staples....de schat....luister vooral naar haar "The Voice".

    Dit was de laatste. Was weer leuk om elke dag mijn samenvatting van de dag met jullie te delen. Tot snel.

    Bertjan
    Read more

  • Day24

    B movie boxcar blues (Delbert Mcclinton)

    August 2 in the United States ⋅ ☀️ 32 °C

    Als je er een beetje op let, zien veel dagelijkse scenes in Amerika er uit als kort clipjes uit speelfilm of tv serie. Het zal ongetwijfeld komen omdat we zoveel Amerikaanse tv- en bioscoopfilms gezien hebben. Ik kan er altijd wel van genieten en het liefst het een beetje observeren. Ik zal je paar scenes van vandaag proberen te beschrijven.

    Scene 1 (beetje Desperate Housewives/Sex in de City): Erica en ik gaan een groot gedeelte van de Grand Rounds fietsen. We mogen de fietsen van de huisbaas gebruiken. Minneapolis heeft een prachtig fietsnetwerk om en door de stad. Totaal is de Grand Routes iets van 90 kilometer. Wij fietsen er vandaag 45. T'is minimaal dertig graden. De fietsroute gaat langs zeven grote meren die aan de zuidkant van Minneapolis liggen. Bij één van die meertjes stoppen we voor een bekertje koffie. Terwijl we daar zitten komt er een man in sportkleding aanlopen met zeker acht grote honden bij zich, type Labradoodle. Hij laat de honden allemaal liggen. Doet verder niks. Dan kom er van links nog een vrouw in sportkleding met zeven grote honden aanlopen. Zij voegt zich zonder echt te groeten bij de man en zijn honden. Ik denk, dat is veel. En maak een foto.

    Dan komt er van rechtst een jonge man met petje aanlopen, met om hem heen nog negen grote honden. Ook die gaan zonder veel woorden en tumult bij de andere vijftien honden liggen. Twee minuten later komt er van rechts een jonge vrouw aanlopen met nog eens zeven grote honden. Ook zij zegt nauwelijks iets tegen de ander vrouw en mannen. En ook die honden gaan rustig liggen. Eenentwintig honden liggen in de hitte op de stoep. Terwijl de honden daar liggen joggen er tientallen vrouwen van in de 40 met hun airpodjes in de oren, in strak getrokken joggingbroekjes en vrolijk gekleurde hesjes onverstoorbaar langs de honden. Behalve twee heel kleine kinderen kijkt niemand er naar. Niemand.

    Scene 2 (beetje Hill Street Blues): We moeten met de fiets de Green Midway op. Een oude spoorlijn van oost naar west Minneapolis die is verbouwd tot vrij fietspad van ca 10 kilometer. Het pad ligt verlaagd in het landschap. Je kan zo lekker doorfietsen en het is heerlijk rustig.

    Bij één van de ramp/afritten van de gewone weg naar beneden is op een vervallen industrieterrein tussen twee verlaten panden een tentenkamp gebouwd. Tent aan tent staan er wel 30 kleine , veelal kapotte, tentjes met een berg rotzooi er omheen. De kleding hangt aan de scheerlijnen tussen de tenten. De fietspaden rond het tentenkamp zijn bezaaid met glas van gebroken drankflessen. Tegen de muur van één van de panden zit een man, een vrouw en 2 kinderen op 2 velgen van oude auto's en een totaal verweerd smerig bankstel. Er is een vuur gemaakt in een gat in de oprit van de oude garage. Op het vuur ligt een metalen rek uit een oude koelkast. Met de klep open staat er een redelijk verzorgde pick-up truck met zijn bak richting het vuur geparkeerd. Achterop de klep en op het rooster op het vuur liggen grote stukken vlees en maiskolfen. Een grote zwarte man, net gekleed, stapt uit de pickuptruck. Op de deur van de zwarte pickup-truck staat het logo van een kerkgemeenschap die voedselhulp verleent aan daklozen.

    Scenes 3 (beetje The Wire): Na het fietsen komen we totaal bezweet aan. Even douchen. Helpt niet heel veel want het is inmiddels 35 graden in het huis. Een beetje opgefrist pakken we de fiets. We gaan Down Town lekker Cajun eten. Traktatie van m'n moeder. Het zou vandaag de 85e verjaardag van mijn vader zijn geweest. Vandaar. We dalen af op Avenue één Noord en moeten deze volgen tot aan de Mississippi. Op de kruising 5 moeten we even stoppen. Aan vier kanten van de kruising staan panden van donkerbruin baksteen. De voordeuren liggen iets verhoogd, zodat je altijd een trapje op moet om in het portiek te komen. Uit de wit geschilferde verrotte kozijnen hangen op gevaarlijke wijzen allemaal oude metalen airconditionings. Grauwe gordijnen en oude kranten dekken de ramen af. Oude lappen maken de kieren tussen de airco en het raamkozijn dicht. Links zit een oude zwarte vrouw op een roze plastic klapstoeltje voor de treden van haar portiekje op de stoep in de zon. Naast haar een oude karaokeset uit 1985 waaruit vervormde soulmuziek schalt. Van rechts steekt een jonge dunne man over, in de dertig, broek zo laag op de heupen dat zijn gehele grijze merkonderbroek zichtbaar is, maakt grote passen waarbij hij na elke pas een beetje omhoog veert, grauw geworden wit t-shirt aan, hard mee-rappend met een muziekje op zijn witte Beats-koptelefoon. Van links komt een oude zwarte Lincoln LS. De linker voorkant ligt er helemaal af en je kijkt rechtstreeks de motorkap in. Bij de ronde achetrwielkappen kijk je dwars door de roestplekken heen. Met de ramen open zit er een slanke zwarte vrouw van in de 40 achter het stuur, sigaret in 1 mondhoek, linker arm aan het stuur en met de rechter arm hevig haar wapperend met een folder van een supermarkt alsof het een Spaanse flamenco waaier is, om de hitte uit haar aicroloze barrel te drijven.

    Scene 4 (beetje NCIS): We rijden op de fiets Downtown in. Bij de ingang van de metro is het druk aan voetgangers. Een block verder is het bezaaid met politieauto's met allemaal hun zwaailichten een en is de weg versperd met gele linten. We fietsen er via de stoep om heen. Op de kruising met Washingtonstreet moeten we wachten op voetgangerslichten. Een ietwat vervromfraaide non van een jaar of 65 en nog geen één meter vijfenzestig groot spreekt ons aan. "Where's Third street?" Onze eerste reactie is natuurlijk: "we kennen de weg hier ook niet mevrouw, we zijn vreemdelingen" "Cause there is a woman murderd with a gun in the metrostation on 4th street and now the metro is not running" zegt ze op rustige toon, alsof dagelijks werk is. Als dit first street is, dan kan third street hooguit twee blokken verder zijn. We wijzen haar de weg. Zij loopt sloffend door. Wij fietsen onze laatste meters naar naar J.J. Hoyt's superclub. Er is inderdaad iemand vermoord in de metro lezen we op twitter (en zien gelijk op twitter dat het hier elke dag wel een keer gebeurt), 150 meter naast het basebalstadion waar op dat moment de Detroit Tigers tegen de Minnesota Twins spelen en de non is op weg naar haar afspraak (zou ze wat met de moord te maken hebben...nanunanunanu)

    Scene 5 (beetje Cheers): Beetje later dan gereserveerd komen we aan bij J.J. Hoyt's superclub. Er is daarom geen plek meer voor ons in het restaurantdeel, dus we krijgen een booth tegen de bar aan. De bar in van donkerbruin hout (het hele cafe trouwens) met aan de muur diverse gouden plakketten, onderscheidingen, foto's van bekende Amerikanen die bar bezochten, krantenknipsel over de bar en sportprijzen. Boven de bar is een rek met drank en een doorkijk naar het restaurantdeel. Boven de bar hangen twee televisies, uiteraard met de wedstrijd Detroit Tigers tegen de Minnesota Twins aan. Op de vloer liggen zwart-wit geblokt tegels en in het systeemplafond zitten goudkleurige platen met ornamenten. Aan het puntje van de bar zit een wat dikkige zestiger i met zijn polo in zijn beige broek gestopt, met een kunstbeen (beetje Norm Peterson). Achter de bar staat een jonge sportieve man met een goed bos haar (beetje Sam Malone). De serveerster is een vrouw met duidelijk Italiaanse roots en een mooie bos met krullen (beetje Carla Torelli). "Norm" geeft een teken aan "Sam" en die schenkt hem zijn favoriete drankje in. Er komt een zwarte man binnen die "Norm" begroet door een klap op zijn schouders. Norm reageert amper. Man draagt een shirt van een Amazon-bezorgdienst (beetje Cliff Clavin). Er komt een lange grijze man binnen. Hij begroet "Norm" hartelijk en krijgt een hug terug. Hij tikt "Cliff" op de schouder als begroeting en bestelt bij Sam een Cocktail, Limoncello Vodka Collins (een beetje Frazier). "Frazier" maakt een grap. "Norm" en "Sam" moeten er hard op lachen. "Cliff" kijkt een beetje alsof hij de grap niet begrijpt.

    Ik wil maar zeggen.....net als in de film.

    Morgen onze laatste (volle) dag in de VS. Temperatuur gaat gelukkig iets om laag.....

    Tot morgen
    Read more

  • Day23

    Black sweat (Prince)

    August 1 in the United States ⋅ ☀️ 26 °C

    "The Bad Waitress" (de slechte serveerster) is de enige tent in de buurt die op maandagochtend ontbijt serveert. Onheilspellende naam, maar vooruit. Het blijkt een grappig bedoelde naam om het concept aan te prijzen, namelijk: er is geen serveerster. Met de telefoon geef je je bestelling door en die wordt dan aan de tafel gebracht. Als.....als het werkt. Dus eerst komt de gastvrouw ons het concept uitleggen, dan werkt het niet (want ik heb een buitenlands telefoonnummer en daar is het systeem niet op berekend), vervolgens legt de gastvrouw ons uit hoe dan het systeem werkt door op een tablet op de counter aan te geven wat je wilt hebben, zij haalt dan de ticket uit de machine, geeft die aan de kok en die doet dan over een gebakken ei 25 minuten en 2 pancakes 35 minuten. Ik weet niet hoor....maar het concept is nog niet helemaal door z'n kinderziektes heen. En een echte serveerster zou het sneller hebben gedaan.

    Onze huiseigenaar (die hele dagen rond het huis loopt om plantjes te planten) is zo lief om ons haar auto uit te lenen. We gaan naar Paisley Park, het huis, de platenstudio, de concertzaal/tv-studio, de club, de kantoren en het repetitielokaal van Prince. En ook al ligt Paisley Park in de volksmond in Minneapolis, het is toch nog een half uur rijden vanaf ons huis voor we er zijn.

    Ik denk dat ik Prince rond 1982/1983 voor het eerst hoorde. In begin vond ik het maar vreemd. Begreep zijn muziek niet helemaal. Wel het album "1999" stiekem op cassette gekopieerd, maar volgens mij toen niet heel veel gedraaid. Maar gaandeweg begon hij me te pakken en heb ik (eerlijk is eerlijk tot "Emancipation") al z'n albums gekocht en veel, heel veel gedraaid. Met als hoogtepunt een optreden van hem in de Ahoy, waarbij Erica en ik op de eerste ring met ons hoofd in de speakers zaten en vanaf de zijkant een inkijkje kregen in wat er achter de schermen bij Prince gebeurde. En bij Prince, meer dan bij wie anders ook, altijd gedacht....waar luister ik nu eigenlijk naar, wat is het, hoe zou je deze muziek omschrijven, waarom die rare tonen, geluiden, overgangen, tussenstukjes, intro's en uitro's, wat is het? En toch luistert het zo heerlijk weg. En naast muzikaal dan ook nog eens alle grenzen tot het eindeloze oprekken; grenzen van de muziek, grenzen van seksualiteit, grenzen van kleur, grenzen van man/vrouw, grenzen van show. Unieke gast.

    Paisley Park licht op een totaal ondefinieerbaar bedrijventerrein in een onbeduidende voorstad van Minneapolis. Niets wijst er op dat hier het mekka van muzikale genialiteit ligt.

    We mogen eerst naar de giftshop/annex club om daar te wachten tot onze tour begint (en natuuurlijk van alles te kopen). Strenge beveiliging (strenger dan het Capitool in Madison): check your bags, metaaldetector en de iPhone gaat in een gesealde pocket zodat je niet stiekem foto's kan maken tijdens de tour. In ruim anderhalf uur zien we de kantoren, verblijven, mogen we in de studio's, het keukentje (belachelijk klein), de concertzaal, zien we 120 paar schoenen, een zwart-wit fototentoonstelling gemaakt door zijn prive-fotograaf en krijgen we verhalen van de tourguide. Het gekke is......het geeft je toch een vreemd gevoel als je bedenkt dat de kleine geniale gek daar zelf rondgelopen heeft, gespeeld heeft, gecomponeerd heeft, geleefd heeft, geslapen heeft, geoefend heeft. En heel even op de studiovloer te staan waar de kleine grote man Raspberry Beret heeft gespeeld, is toch gek. En klein en smal was'ie. Zijn kostuums hingen overal en ik denk dat mijn bovenbeen met moeite in zijn jasjes zou passen.

    En in alles is zijn ongebreidelde energie voelbaar. Zijn drang naar perfectie, het goed, anders, beter willen doen. Bij alles er volgas in. Bij de stukken die we te horen en te zien krijgen (studieopnames, oefensessies, interviews, concerten) voel je elke keer weer zijn unieke talent. Want zeg nou zelf, noem mijn één andere artiest die en zo kan zingen, en zo kan dansen, en zo gitaar kan spelen, en zo kan componeren, en zo kan arrangeren, en zo kan produceren. Ik ken ze niet.

    Aan het einde van de tour komen we in een grote concerthal, waar van alles staat opgesteld uit de carrière van Prince (motor uit Purple Rain, cloudgitaar, auto's, concertvleugels, etc). Op het grote toneel staat een bandopstelling. Daarachter een groot scherm. Op dat scherm verschijnt Prince achter een vleugel. Bij de tour die hij zou gaan doen (vlak voor zijn plotselinge dood) zou hij alleen achter de piano intiem zijn nummers brengen. Dat is maar een paar keer uitgevoerd, daarna overleed hij. Maar in de studio waar wij staan is het eerste concert van die reeks opgenomen en daar zien wij nu een deel van. Afgespeeld in een ruimte die acoustisch perfect is afgesteld over een enorme geluidsinstallatie. Alleen zijn stem en de piano. Keihard de ruimte in geslingerd. Stil word je er van.....rillingen over mijn rug (of om in The Voice termen te spreken: "je kwam heel erg binnen"....over the Voice morgen of overmorgen meer.......).

    We rijden een beetje stil naar huis. Zonde toch dat hij zo snel is gegaan. Hij had nog zoveel mensen zoveel plezier kunnen geven. We besluiten in Minneapolis naar een BBQ hut te gaan voor de lunch. Ja, ik wist dat de BBQ tent in de buurt was van de plek waar George Floyd is vermoord door de politie, maar zo vlakbij had ik niet op gerekend.

    We parkeren de auto vlak voor de kruising en voor ons staat een groot houten beeld van een vuist midden op de weg. Op een bord staat “You’re now entering the free state of George Floyd.” We stappen uit en wandelen de straat in.

    De hele weg gedurende het blok woningen en winkels is bezaaid met muurschilderingen, leuzen, posters, vlaggen, gedichten op de weg, bloemen, kaarsen, slingers en eerbetonen aan George Floyd. Officieel is het de kruising 38th Street en Chicago Avenue. Maar vanaf nu zal het bekend zijn als George Floyd Square.

    Buiten op de Cup Foods Store, waar het filmpje is opgenomen door een omstander waarop de wereld kon zien dat George Floyd in 8 minten en 46 seconden het leven liet, staat een muurschildering van een lichaam met het gezicht op de grond met engelenvleugels. Daaronder staat “I can’t breathe.” Onder een oud pompstation daar tegenover is nu een verzamelplek voor mensen om te rouwen, boos te zijn, actie te voeren. People’s Way staat er slordig opgeschilderd met rode letters. En het is allemaal spontaan ontstaan. Het is allemaal rommelig, grof opgezet , maar diep diep gemeend. Niks gepland, gewoon zo ontstaan.

    En het voelt heel "onhandig" om er te lopen. "Wat heb ik er mee te maken", "Loop je hier een beetje als witte....." je voelt je toch een beetje een ramptoerist, de sfeer voelt nog zo rauw, de pijn ligt nog zo aan de oppervlakte. Het is zo'n andere manier van stilstaan bij een onnodige dood dan je gewend bent. En je voelt bij jezelf het verdriet opkomen. Tranen zijn dichtbij. Dat dit blijkbaar nog steeds het resultaat kan zijn van verhoudingen tussen mensen op basis van kleur. Je weet het wel, maar als het echt wordt...

    In de auto hebben we het er nog even over. Wat moet het ongelofelijk raar en vreselijk zijn voor de familie en vrienden. Ze verloren een geliefde, tegelijkertijd heeft zijn dood een enorme vloedgolf aan racisme bewustzijn en emancipatie op gang gebracht in heel de westerse wereld. zo dubbel.

    De BBQ tent waarvoor we eigenlijk kwamen bleek gesloten vandaag.

    Om ons van alle indrukken een beetje af te leiden duiken we in Eat-street een grote Mexicaanse markt in. Eten, veel eten, kruiden, pepers, potten en pannen. Onze late lunch daar genuttigd naast wat Mexicaanse arbeiders in de foodcourt en boodschappen gedaan voor de avond (tamales, salsa en guacamole).

    Biertje erbij en de zwierige dag nog een keer aan ons voorbij laten trekken. "Raspberry Beret" op de achtergrond.

    Tot morgen.
    Read more

  • Day22

    Skyway (The Replacements)

    July 31 in the United States ⋅ ⛅ 29 °C

    SKYWAY (THE REPLACEMENTS)

    Meloen op, roerei op, weg oversteken en voilà, we staan midden tussen de schone kunsten. Twee en half uur lang slenteren we, met misschien nog 20 gelijkgestemden, door het enorme MIA (Minneapolis Institute of Arts). De eerste verdieping helemaal vol allerlei voorwerpen en kunst uit Azie, Afrika, ZuidAmerika, de tweede verdieping de schilderkunst. Van oud naar nieuw, van Van Ruysdael tot Mondriaan. Met een indrukwekkende collectie Hollandse meesters. Van alle oude meesters kan in dit museum wel eens de helft Nederlands zijn (en dan tel ik de speciale tentoonstelling over van Gogh nog niet eens mee). Lekker om zo op een zondagochtend doorheen te wandelen. En da's het mooie, je mag het allemaal gratis bekijken. Al vaker gezien in de States. Het hele (Nederlandse) idee dat de Amerikanen zulke cultuurbarbaren zijn heb ik nooit helemaal begrepen. Als er één land is dat trots is op zijn historie en cultuur, dan zijn het de Amerikanen wel. Ze koesteren die. Elke plekje waar maar een cultureel fenomeen zijn voetsporen heeft, wordt gekoesterd en bewaakt. En dit soort grote musea zijn niet zelden gratis en voor niets toegankelijk. Mooi toch. Kan iedereen ervan genieten.

    Op advies van de huiseigenaar eten we tussen de middag bij Pha Hoa, een Vietnamees. We lopen de straat uit, steken "Eat Street" (Nicolett Avenue) over. Er ligt een hobbelige slecht geasfalteerde parkeerplaats. Aan het einde van de parkeerplaats staat een grijsbakstenen gebouwtje met blauwe luifels. Het deels vergane lichtbord geeft aan dat er een nagelsalon zit en daarnaast met grote krulletters: Pha Hoa Noodles Soup. Het blijkt een ketenrestaurant, met in elke grote Amerikaanse stad 1 vestiging en daarnaast vestigingen in Hong Kong, China, Korea, Canada. Begonnen als een eettentje van een gevluchte Vietnamees.

    De binnenkomst is in een soort van voorportaal wat bijna van ellende uit elkaar valt. Een paar met metaal omlijste glazen deuren geven toegang tot het restaurant. De inrichting van het restaurant laat zich het beste omschrijven als een unieke mix tussen een openbaar toilet, een sprookjesgrot en een voorraadkast. Achteruit de zaak wordt ons vanachter een mondkapje toegeschreeuwd: "Two? Just take a booth" Op tafel staan een serie sauzen, potje sambal, pot met suiker, 20 soeplepels opgestapeld en een houder voor 30 Chopsicks. Elk mondje van de sausproductie laat zien dat hier vandaag al mensen uit hebben gebruikt. "Je zou er uit jezelf niet heen gaan" mompelt Erica. De menukaart is 2 kantjes A4 met redelijk basic beschrijvingen van voor ons onbekende gerechten.

    Erica bestelt een Banh Mi Bi. "You don't like that" zegt de ober (Mocht je meelezen Andre....daar is ie weer). Erica kijkt hem ongelovig aan. "You don't want that" zegt hij nogmaals. "Is-a pig-skin", gebakken varkenshuid. Erica kiest heel wijs voor een broodje kip. Ik bestel een Phở noodle soup. Moet goed zijn, waarom zou het restaurant anders Pha Hoa Noodlessoup heten. De ober loopt weg. Er komt een meisje terug en zet een bordje taugé, limoen, groene peper en munt op tafel. Zonder uitleg. 10 munten later komt er een mooie grote kom heerlijke bouillon, met rubberig gehakt, mie en uien. Tauge, munt, peper en limoen er maar in. Heerlijk. Broodje was ook lekker.

    Minneapolis is, behalve de stad van George Floyd, natuurlijk vooral de stad van Prince. Hij is alom aanwezig in de stad. Gisteren bezochten we al "Electric Fetus", een gigantische platenzaak (nog steeds platen) in een oud pakhuis. Prince heeft daar in zijn jonge jaren (zo gaat de legende) uren doorgebracht op zoek naar obscure Jazz en Funk platen. Nu gaat we lopend de stad in om Minneapolis een beetje te verkennen en proberen onderweg wat Prince highlights mee te pakken. Hoogtepunt is natuur de club "First Avenue" waar hij veel speelde, maar vooral bekend is geworden om de opnames van de optredens uit Purple Rain.

    De club heeft de gewoonte om elke stermuzikant die daar optreedt in een ster op de buitenmuur te vereeuwigen. De muren hangen vol met alle grote namen uit de recente muziekgeschiedenis. Zwarte muur met witte sterren. En er is 1 gouden ster..., natuurlijk voor Prince. Aan de overkant van de straat een enorme prachtige schildering op de muur met zijn beeltenissen.IMG_3143

    De stad is, behalve bezaaid met zwerversjunks, alcoholisten en malloten, redelijk leeg. 'T is zondag en blijkbaar geen dag om de stad in te gaan. Boven ons lopen voordurend overdekte wandelpaden, van het ene gebouw naar het andere. Zogenaamde Skywalks. Ze zijn bedoeld om de voetganger zo een prettige winkelervaring te geven, of het nu koud (want verwarmd) of bloedheet (want gekoeld) is. Dus naast het grote netwerk aan fietspaden hier, ook zomaar aandacht voor de voetganger. Wij lopen toch liever op de warme straat.

    We lopen terug naar ons huis, nog een keer 7 kilometer en komen onderweg in een prachtige tuin met enorme moderne beelden. En wederom: toegang gratis. In het gras maakt een bruidspaar foto's met de familie, met op de achtergrond de iconische "kers op de lepel". Ze vergeten de bruidsmeisjes. Die zitten met hun mooie witte jurkjes en gevlochten haar met kraaltjes uitgeteld op de spierwitte stoelen die her en der in het park staan.

    Morgen wijden we onze dag geheel aan Prince en duiken we in zijn studio, Paisley Park. Nu nog maar even een paar deuntjes van hem luisteren.

    Tot morgen.
    Read more

  • Day21

    Christmas card from a hooker (Neko Case)

    July 30 in the United States ⋅ ☀️ 28 °C

    Half 7, vol gas met de BlueBird naar het westen. Wisconsin verlaten we al snel als we de Mighty Mississippi oversteken. Het warme water van de Mississippi en de koude lucht (of omgekeerd, dat weet ik eigenlijk niet) zorgen voor enorme mistbanken tegen de bergwanden, over de weg en over de uitgestrekte uiterwaarden van de Mississippi. Beetje spooky, maar wel mooi. Ontneemt ons ook een beetje het mooie uitzicht. We rijden 350 kilometer aan één stuk. 'T is zaterdagochtend, dus rustig op de weg. Cruisecontrol aan en lekker doorrijden in een Amerikaans tempo (110 km/u). Als we Twin City (Minneapolis en Saint Paul) naderen, worden de wegen steeds breder. Van 1 naar 2, naar 3, naar 4, naar 5 rijstroken. Half 10 rijden we Stevens Avenue binnen, de straat van ons huis. Het is het kunstdistrict van Minneapolis. Ons huis ligt pal naast de MIA (Minneapolis Institute of Art), zeg maar het rijksmuseum van Minneapolis. We moeten snel de koffers uit het Blauwe Monster gooien en door, de Blue Velvet moet worden ingeleverd op het vliegveld. Ben toch een beetje gehecht geraakt aan onze knalblauwe Dodge Challenger. 'Tuurlijk, het is een vreselijk lelijke bak, maar hij rijdt als een tierelier, zit heerlijk en is nog wel een vorm van praktisch ook. En hij is lekker makkelijk te vinden op een enorme parkeerplaats van een gemiddelde Amerikaanse Mall. Kusje op het dak, aaitje over zijn kontje, knipoog naar zijn neus (allemaal met consent, uiteraard). Dag Baby Blue.

    IMG_3076

    Dan de Metro naar Franklin Avenue. 2 dollar! Dat zijn nog eens openbaar vervoer prijzen. Als we Franklin Blvd oplopen zijn we gelijk in een totaal andere wereld. Van het boerse, blanke (rijke), groene Amerikaanse platteland met zijn liefelijke dorpjes, mooie velden, vergezichten, bossen en beekjes, zijn we hier in een achterstandswijk van Minneapolis. Dichtgetimmerde ramen, graffiti op oude muren, rotzooi op straat, leuzen op de stoep geklad, verrotte huizenblokken met hekken ervoor, auto's zonder uitlaat, bankstellen bij de weg, legen winkelpanden en een enorm allegaartje van culturen. Ook wel weer lekker, de stad.

    'T is inmiddels half 11 en nog geen koffie of ontbijt gehad. We stappen op een groot plein met een Moskee, Mexicaanse winkels, gezondheidscentrum voor Natives, wasserette, een louche advocatenkantoor ("Turn Your Pain Into Rain") en gaan binnen bij "cafe Maria". Binnen zit het stampvol. Het is een Colombiaanse eetgelegenheid, die allerlei Amerikaanse klassiekers op de kaart heeft die ze een Colombiaanse twist hebben gegeven. Ik krijg pancake met geprakte plantaan (soort banaan) met geraspte Colombiaanse kaas. Erica eet een pancake gevuld met wilde rijst. Maria is blijkbaar een beroemdheid, want de wand hangt vol met foto's van haar met Amerikaanse sport-, tv- en politieke helden.

    We lopen nog een half uur door en zijn bij ons ruilhuis. Komende 5 dagen mogen we hier vertoeven in ruil voor ons eigen huis. Een prachtig oud wit, houten victoriaans huis in de achtertuin van het Museum. Wij hebben de totale eerste etage tot onze beschikking. De binnenkant heeft een eclectische schilderbeurt gekregen. Dat wil zeggen, bijna elk plintje, deur of muur is een andere kleur geverfd. De meubels zijn net zo eclectisch. Groot filmscherm op de muur en in het eetgedelte staat een tafel waaraan je op stahoogte kunt eten. Het is heel ruim en heeft een prachtig balkon met muggenscreens aan de straatkant. De eigenaar heeft 2 fietsen voor ons geregeld, heeft de koekast vol gezet met lekkers (Cava, watermeloen, eieren) en een uitgebreide beschrijving gemaakt van de omgeving. Verwennerij.

    We hebben mazzel, we zitten om de hoek van "Eatstreet", een straatje net buiten het centrum waar het stikt van de eet- en koffietentjes.

    Als we de eerste wandeling door de buurt en over "eat street" maken, valt op dat de brute moord door de politie op George Floyd nog een open wond is in deze stad (George vond in Minneapolis zijn einde). De pijn in de muurschilderingen is bijna voelbaar. Of zoals onze huisbaas het zo mooi verwoorde: "we will be in the proces of recovering en building anew for sometime. Please be patient with our city".

    En het is ook gelijk zichtbaar, de enorme economische verschillen tussen wit en zwart. Zelfs op dit kleine stukje Minneapolis. In de rommelige huizen en buurten is het voornamelijk de Afro-Amerikaan, Moslim, Ethiopische vrouw, zwerver en malloot die je op straat ziet. Zodra een wijk mooi is, trendy is en vol staat met panden van meer dan een half miljoen, verschiet ook de mensen van kleur. En dat verschil is soms maar een block woningen van elkaar verwijderd (of soms zelfs letterlijk naast elkaar).

    We zitten nu op ons balkon met een Cava na te zweten. Af en toe komt er een auto langs, soms met de muziek zo hard dat de ramen trillen. Morgen maar even rustig aan, de weg oversteken een een paar Van Goghs, Chagalll's, Renoire's bekijken.

    Tot morgen
    Read more

  • Day20

    My River (Kristin Diable)

    July 29 in the United States ⋅ 🌙 18 °C

    Dauwdruppels op de schoenen als we na een yoghurt vroeg de Norksedalen instappen. Tien kilometer door de Noorse vallei. De "eigenaren" hebben een heel ritueel bedacht om tot rust te komen: "bathing in the woods". Een soort van bos-meditatie. Je moet allerlei stappen doorlopen, mantra's zingen, rondjes lopen in een labyrint, je tenen voelen met je hoofd en concentreren op positieve zinnetjes. Maar op een rustige mooie ochtend als deze met de zon die door de bomen piept is al die poespas niet nodig. Het is stil in de vallei, alleen wij, en het geluid van de wegrennnende hertjes, de ritselende eekhoorns, de zang van de grote kuifvliegenvangers, het gepiep van de white-eyed vireo en het gefluit van de baltimoor oriool. Dan wordt je vanzelf zen.

    Bij terugkomst bij de 10 Noorse huisjes, schuurtjes en boerderijtjes stappen we nog maar even het visitorscentrum annex museum/kantoor/giftshop binnen. De directeur Lori (geeft na elke zin aan dat het alleen moeten doen als we er zin in hebben "If it's to your heart's content" en dat ze ons niet tot last wil zijn) zit keurig achter haar bureautje bij de ingang. Ze vraagt enthousiast hoe het met ons gaat, of het leuk was de wandeling en dat ze ons alles kan vertellen over het museum ("If it's to your heart's content"). Maar eerst een filmpje. We worden naar een grote filmzaal geloodst. Op de grote tv verschijnt wat computerbeeld. Lori geeft aan dat we een film krijgen over het park (wat we net helemaal doorgelopen zijn, dus veel nieuws kan het niet zijn). "Alleen als we het echt willen, (natuurlijk "If it's to your heart's content"). Hup de film gaat aan. Daar zitten we met z'n tweeën op de eerste rij van een geheel lege filmzaal naar een amateuristisch promofilmpje van het park te kijken. Gelukkig hadden ze voor het filmpje een drone gehuurd....bijna elk overzichts-shot was vliegend over de gebouwtjes, flink in en uit zoomend. Voor de rest zagen we veel vrijwilligers ijzer smeden, figuurtjes punniken, paard en wagen berijden, kleedje weven, broodje bakken en leuke schilderingen op stukjes stenen bordje maken. Heel leuk. Nooit eerder gezien.

    Uiteraard mochten we het museumpje nog even door, "If it's to your heart's content". Maar Lori moest nog wel even het licht aan doen in de vitrines. Anders banden die maar de hele dag voor niks...en is ook slecht voor de opgezette dieren. Ze was vast blij dat er in ieder geval iemand langs kwam vandaag.

    Toch nog even Coon Valley door, het nabij gelegen dorp. Een lange doorgaande straat, klassiek voor een gemiddeld Amerikaans dorp, met een serie losse gebouwtjes: een benzinestation, een drive-through pinautomaat, een uitvaartcentrum met aangrenzend een Grill&Saloon, een kaasfabriek, een wit houten kerkje, een market van de Amsih, een tuincentrumpje, een library ter ere van ene mijnheer Knutson, een advocatenkantoor, een tapijthandel en een paar snuisterijen winkeltjes, waaronder een hele grote hal waarin buurtgenoten hun eigen spulletjes, snoepgoed en antiek te koop aanbieden. Bij binnenkomst klinkt er vervormde kerstmuziek uit de (goedkope) boxjes. "Hi welcome...are you familiair with our store?" krast de caissière ons toe. Nee natuurlijk niet, dus volgt er een uitleg...."en achterin heb ik alvast een themahoekje met kerst gemaakt en om in de sfeer te komen alvast kerstmuziek aangezet". Tuurlijk, 't is 30 graden en wij komen gelijk in de kerstsfeer met onze korte broek en sandalen. En ze vertelt ook nog even dat het echt de moeite waard is om nog 20 kilometer door te rijden en de kustlijn van de Mississippi langs te rijden.

    We shoppen nog even in de supermarkt gerund door de Amish-meisjes. Nauwelijks bekende merken en bijna alles is door hun zelf in plastic zakjes of bakjes gestopt. Ze kopen bulk allerlei melen, poeders, bonen, koffie, snoepgoed (waaronder veel Dutch treats die wij niet kennen) in en verdelen dat weer in kleine zakjes voor ons. Wij kopen een door hun gemaakte droge mix van een chilisoep. Voor vanavond.

    We rijden richting de Mississippi. Toch even ruiken aan de beroemdste rivier uit de muziekgeschiedenis. En de eigenaresse van de winkel had gelijk. De rit er heen was al mooi door de rotsachtige bergen en de kustlijn, met Goose-eiland midden in de Mississippi, is prachtig.

    We eten nog een ijsje in een verbouwde autogarage met prachtige jukebox (ijsje is "handscooped", wat zoveel wil zeggen dat zo'n enorme bol ijs op de hoorntje doen dat het hoorntje bijkans volledig verdwijnt). Terug naar Norskedalen via prachtige kleine bergweggetjes.

    En dan al weer inpakken geblazen. Morgenvroeg naar Minneapolis. We moeten vroeg weg. De Blue Thunder moet strak om 11 uur bij de luchthaven worden ingeleverd. Voor die tijd willen we onze koffers in ons volgende ruilhuis afzetten. En het is toch wel een straffe drie uurtjes rijden.

    Tot morgen

    My River
    Read more

  • Day19

    700.000 Rednecks (Niki Lake)

    July 28 in the United States ⋅ ☀️ 21 °C

    The Blue Rider mocht weer gas geven vandaag. Had toch gauw een dagje of drie stil gestaan in Madison. Da's niks aan voor een sportwagen. We verlaten Madison voor dag en dauw. Conclusie over Madison: aangename stad, beetje gewoontjes. Ik zou er niet speciaal voor omrijden, maar zou ik er doorheen komen zou ik zeker nog een stop maken. Het is het type stad waarvan je denkt, ik zou er best kunnen wonen. Alles klopt: heel veel groen, veel parken, aangenaam centrum, lekker veel studenten, mooie fietspaden, aangename wijken met vrijstaande eensgezinshuizen, mooi aanbod aan voorzieningen, (heel) veel studenten. Maar het mist misschien een rauw randje. Maar dat kan natuurlijk komen omdat de studenten niet in grote getalen in de stad zijn tijdens de zomer.

    Wij gaan nu dwars door Wisconsin, richting de grens met Minnesota. We komen langs een reeks leuke en minder leuke plaatsjes, maar bijna allemaal met een grappige naam (die soms de herkomst van zijn bewoners aangeeft). We rijden langs of door Verona, Lone Rock, Gotham, Sextonville, West Lima, Barneveld, Hollandale, Montfort, Fargo, Petersburg, Bloomcity, Dodgeville.

    We doen ons ontbijtje in Mineral Point. Een heel goed croissantje met ei en spek en een toast geprakte avocado. Mineral Point was een stadje van zink-mijnen, maar nu een toevluchtsoord voor creatievelingen, outkasts en kaasmakers. Veel pottenbakkers, schilders en andere creatievelingen. Maar ook kaasboerderijen. Sowieso afficheert Wisconsin zich als de zuivelstaat van de VS. Het zal ongetwijfeld met de Nederlandse roots van veel van de bewoners te maken hebben. Bijna iedereen die we spreken en vraagt waar we vandaan komen, meldt onmiddellijk dat zij ook Nederlandse voorouders hebben. (zo kreeg ik via een DNA-bank nog contact met een dame uit GreenBay, uurtje rijden van Madison, waarmee ik via mijn vaders kant DNA deel, grappig). We lopen een kaasfabriekje binnen. We denken een winkeltje binnen te stappen, maar staan gelijk in de kaasfabriek zelf. Een kleine vitrinekoelkast laat een keur aan kazen zien, bijna allemaal met een verwijzing naar een beroemde Europese kaassoort; cheddar, gorgonzola, parmezaan, brie, etc.

    Eén van kaasmakers komt in zijn witte broek, witte shirt, witte laarzen en witte haarnetje op ons af en vertelt, op onze uitnodiging, over zijn kazen. Als we vertellen dat we uit Nederland komen en wij nog nooit gehoord hadden van Barneveldse kaas, terwijl die daar toch echt ligt naast z'n beroemde Europese broers. Hij moet lachen en vertelt dat zijn zoon, dierenarts, onlangs op een congres een collega dierenarts uit Barneveld tegen is gekomen en dat die vertelde dat Barneveld nou niet echt bekend staat om z'n kaas, maar om z'n kippen en eieren. Ze hebben er erg om moeten lachten. Maar in de omgeving is die kaas een begrip, dus ze houden het zo (en vlakbij ligt ook Barneveld, Wisconsin..... dus). We kopen een stukje blauwschimmel kaas, zijn favoriet.

    We rijden weer honderd kilometer op een sukkeldraf verder door bergachtig gebied over kleine slingerwegen met gravel en gaten, langs glooiende akkers vol mais, bermen vol met paarse bloemen, over verroeste bruggen over kabbelende riviertjes met grote keien, langs begraafplaatsen met grote grijze grafstenen op gemillimeterd gras, langs grote boerderijen met rode schuren en in de zon glimmende metalen daken met daarnaast enorme grijze silo's, langs autokerkhoven met honderden autowrakken, langs uitgehakt rotswanden, door cedarbossen, langs grote wijngaarden en door slaperige dorpjes. Een soort mix van New England met z'n heuvels en bossen, en Zuidelijk Frankrijk met zijn glooiende akkers. Af en toe moeten we een boer met een grote landbouw- of dorsmachine passeren. Dat gaat altijd keurig en vriendelijk en er wordt veel ruimte gemaakt. Hier geen blokkades van agrofacisten of ander rechts gespuis, geen branden op de weg, geen bedreigingen aan onschuldige burgers. Inmiddels lijken het aantal rednecks in ons land die van de VS te overstijgen (als ik twitter, nu.nl en de krant moet geloven). Hier is het idyllisch, rustig, knal groen en vredig (op het oog).

    Met een lunch in het mooie stadje Viroqua in de maag, rijden we ons laatste stuk door Driftless Area (zo genoemd omdat hier geen enkel spoor van de ijstijd is gevonden) naar de bestemming voor de komende twee nachten, Norskedalen (= Noorse dal, maar dan op z'n Noors). 'T is een soort (klein) openluchtmuseum, waar één van de huisjes verhuurd wordt aan ons. In een Vallei vlak boven Coon Valley zijn een groep vrijwillgers begonnen om huisjes en hutjes van de eerste inwoners van dit gebied, van rond eind 1800, te conserveren en renoveren. Dat waren hier de Noren, vandaar Norksedalen.

    Er staan zo'n 10 kleine huisjes, een toilethuisje, een voorraadschuur, een complete boerderij met oorspronkelijke inrichting en een mooi wit houten kerkje. Zo moet het er ongeveer hebben uitgezien bij de eerste (blanke) bewoners. En in dit park, in één zo'n huisje, zitten wij nu. Met grote witgeschilderde balken als muur, een oude schommelstoel, bruine balken aan het plafond, met bloemen beschilderde keukenkastjes, schilderijtje van een Noorse vlag aan de muur, een geknoopt tapijt als wandbekleding, een ultra steil trapje met "hindeloopse" schilderingen naar de slaapverdieping en in de kelder een was- en plashok. 'T heeft ook wel een oud geurtje. Daar moeten we dan maar aan wennen.

    En buiten is het stil......dood en doodstil.

    Even wat anders. Of het de plek is, of de tijd weet ik niet, maar het mondkapje is weer terug in het straatbeeld hier in de VS. We voelen ons soms bijna bezwaard dat we hem niet consequent bij ons hebben. Op steeds meer plekken zien we mensen met mondkapjes. Kokend en bakkend personeel in de horeca heeft vrijwel allemaal een mondkapje op, maar ook in de bediening, achter de kassa in winkels, maar ook onder de bezoekers draagt zeker 1/3 een mondkapje. Ik heb het gevoel dat mensen hier inmiddels beter inschatten wat de risico's zijn dan bij ons en daar helpt het opvlammende aantal besmettingen vast ook bij. En dat terwijl het hier nu niet bepaald dichtbevolkt is. Ook staat er bij elke winkel, elk cafe, elk museum en elke toeristeninfo een spuitpompje om je handen te desinfecteren. En ze zijn niet eens leeg....dat was een paar weken geleden in NL wel anders.

    Morgen wordt het weer de dikke batsers aan en door de Norskedalen lopen en lopen en lopen en lopen en.......

    Tot morgen
    Read more

  • Day18

    SiIdewalk of the city (Lucinda Williams)

    July 27 in the United States ⋅ ⛅ 22 °C

    Soms reis je door Amerika en kom je in een plaatsje waarbij je denkt: wat is hier gebeurd? Vandaag maakten we, na een rondje wandelen door de stad, een auto-tourtje door de omgeving en hadden even weer zo'n momentje van verbazing.

    Het rondje ochtend-wandelen in Madison was lekker, maar een beetje warm. 28 graden, maar het broeit. Om een soort van doel te hebben, kiezen we de Farmersmarkt bij het Capitol als einddoel. De Farmersmarkt van Madison op zaterdag is beroemd omdat het de grootste boerenmarkt van de VS is. Een Farmersmarkt is ook echt een boerenmarkt. Dus allemaal kleine boertjes uit de omgeving die met hun zelf verbouwde of gemaakte producten op de markt staan. Direct van het land/producent dus...misschien een ideetje voor boeren in Nederland (om maar eens een positieve duit in het zakje te doen). Alleen is de woensdagmarkt wel een veel kleinere versie. Kraampje of 20. Met name Mexicanen, met keurig uitgestapelde en opgepoetste groenten. Opvallend veel bloemen en.....boerenkool. Toch leuk.

    Rond het Capitool wordt alles in gereedheid gebracht voor de uitkomsten van de verkiezingen. Witte klapstoeltjes worden in rijen zet, speakers en microfoons worden opgesteld en banners worden aan de gevel bevestigd. Welke verkiezingen wordt mij niet helemaal duidelijk.

    Leuk is dat er dagelijks groepjes kleine schoolkinderen lopen voor een bezoekje aan het Capitool. Democratie is hier een echt onderdeel van school. De kleine mannetje en vrouwtje dragen allemaal een cowboy/boeren-zakdoek om hun nek (nee dit is niet steun uit onverwachte hoek voor NL-boeren wat Thierry, Caroline of Eva daar ook over zeggen) met daarop het logo van het kinderdagverblijf genaaid.

    In de winkels in het centrum gaan we op zoek naar een leuk kaartje voor de eigenaren van het huisje, maar komen in winkels vol met prullaria bedoeld om Biden en consorten te steunen. Stickers met Kamala, plaatsjes van Obama, shirts met afbeelding van Ruth Bader Ginsburg, zeepjes in de vorm van Michelle, veel pro-keuze leuzen en plaagstootjes naar de Republikeinen.

    Op de terugweg lopen we nog langs het Badgers-football-stadion. Tot nu toe hermetisch gesloten wegens verbouwingen en reces. We zien een schoolklas uit een gele schoolbus stappen en achter hun begeleider aan het stadion in lopen. Wij besluiten aan te sluiten en het stadion in te lopen. Kon ik mooi even het veld op om een plaatje te schieten (best groot stadion voor een collegeteam) en scoor nog even een pet en een shirt van het basketbalteam. Als we teruglopen komen we langs de enorme Wall of Fame en twee enorme standbeelden van spelers. Helden vereren kunnen ze hier wel.

    Maar goed, na de lunch rijden we naar Janesville, Wisconsin. Volgens de praatjes in de folders een stadje met mooie oude panden, een "vibrant" centrum, een festivalstreet en een bruisend restaurantleven. Eenmaal aangekomen bleek de werkelijkheid net iets anders. De Mainstreet was helemaal netjes opgeknapt: strak net gelegd betonnen stoepje, mooie bloeiende plantenbakken, straatlantarens met veel versieringen, grote muurschilderingen, gesmede zwartstalen bankjes, stalen fietsrekken met logo van de stad ingebrand, een matgroen gespoten stalen boog over de straten met daarop groots "Welcome in Festival Street!" en mooie opgeknapte gevels van panden van eind 1800. Het enige wat mistte was.... winkels..... horeca...... mensen.....Totaal leeg, geen kip te bekennen, bijna alle winkels zijn dichtgetimmerd of geplakt. Oh ja, en festivalstreet heet zo, omdat....het zo heet...niet omdat er iets van een festival is. Je vraagt je af hoe zo'n kleine stad zo'n "opknapbeurt" kan betalen. Waarom dit besloten is en welke businesscase hieronder heeft gelegen. Vast weer iemand die bedacht heeft dat het goed is om "Janesville" op de kaart te zetten (terwijl...het staat al lang op de kaart....volgens Google).

    Op de terugweg nog even door New Glarus gereden. Glarus is een stadje in Zwitserland. Dus New Glarus is een stukje Zwitserland in Amerika. Dat betekent: een koe als logo (er staat op bijna elke dak een levensgrote beschilderde koe), houten balkonnetjes met rode bloempjes aan de gevel, witte gevels met bruine zwitserse beschilderingen, bierstube's en winkels met chocolade.

    We gaan het huis opruimen. Morgen vertrekken we naar Norskedalen....klinkt als Noorwegen......is het ook, maar ook weer niet. Morgen meer.

    Tot morgen.
    Read more

  • Day17

    Thing called love (Bonnie Raitt)

    July 26 in the United States ⋅ ⛅ 21 °C

    Ze is de Koningin van de slidegitaar, koningin van de cover, koningin van de stem met een randje, koningin van de blues, koningin van de fingerpicking, koningin van de Fender Strat, koningin van het grijze lokje, koningin van de ballad, ze heerst als een koningin...maar da's hoe de dag eindigde. We begonnen wat sportiever.

    Op de fiets (kun je hier gewoon op straat uit een stalling halen/huren) maken we en rondje Madison. Letterlijk rijden we een rondje om Madison en de meren. Mooie aangelegde fietsroute, keurig aangegeven en aangelegd. Door veel buurtjes aan de rand van Madison, het centrum en parken er omheen. Oké, 45 kilometer is een behoorlijk eind, maar met een beetje trapondersteuning is dat geen moeite.

    Het valt op dat Madison moeite heeft met "Amerika". Niet zozeer met Amerika en waar het land als grondbeginsel voor staat, maar het Amerika waar het heen gaat. Echter honderden bordjes in tuinen, voor ramen en boven ingangen van "Black Lives Matter". Opvallend omdat ons nou juist opviel dat we nauwelijks een zwarte Madisonaar zijn tegen gekomen (los van een paar zwervers). Maar blijkbaar staat het ook nog voor iets anders, namelijk het gevoel van gelijkheid en vooral dreigende ongelijkheid. Dat blijkt ook wel uit de 10 tallen regenboogvlaggen, bordjes voor vrije keuze van abortus en het milieu die we onderweg aan huizen en in tuinen tegenkomen. Ja er ons sprake van liefde voor Amerika, maar niet zozeer voor het Amerika waar het nu langzaam heen glijdt. En het gevoel dat positieve gevoel te uiten is hier groot. Dat kan in je tuin, voor je raam, bij de ingang van de makelaarskantoor, in je supermarkt, in het cafe of (zoals vanavond) op het toneel (Bonnie was nogal uitgesproken). Ik heb meer borden voor Black lives Matter geteld, dan Amerikaanse vlaggen. En zoals zo vaak, alles wat hier gebeurt, gebeurt vijf jaar later bij ons.....je kan het van ver zien aankomen. FVD, BBB, PVV, Ja21.....t'is allemaal precies wat hier de samenleving een hele nare kant op stuurt. En ook wij doen maar net of het allemaal normaal is en erbij hoort. Maar hier hebben ze besloten dat hun liefde voor hun vrijheid en Amerika groter is en dat ze het er niet bij laten zitten. Geeft een fijne vibe als je zo door de stad fietst.

    Na een visje gebakken te hebben van een prachtige visboer om de hoek met superverse vis, fietsen we naar het Overture Center for the Arts. een soort van Vredenburg, maar dan in Madison. Veel kunst, cultuur, concertzalen, etc.

    In de Overture Hall (de grote zaal) passen 2255 mensen. En die zijn er ook. Stijf uitverkocht tot de laatste stoel (behalve die naast mij). Enorm hoge halfronde zaal met een enorm toneel. Lijkt qua vorm  een beetje op Carré, zo hoog en stijl. Strikt om half 8 begint Mavis Staples. 83 jaar oud en ooit onderdeel van de Stapel Singers. Maar nu solo. Wat een charme. Binnen twee tellen pakt ze de hele zaal in. Met een waanzinnige lekker country/blues/gospeltrio (Rick Holmstrom op gitaar, check die man, zo lekker). Met een heerlijke rauwe strot, heel veel soul, beetje kortademig, maar met ondersteuning van 2 achtergronzangerssen leidt ze ons een uur lang door heerlijk country/gospel/blues. Was dit het enige wat we die avond zouden zien, dan was het het geld al waard. De zaal gaat uit z'n plaat ("losen you seatbelts"). En dat kunnen Amerikanen als geen ander: in één keer opstaan en volle bak applause geven.

    Na 20 minute pauze, lichten gaan uit en Bonnie Raitt and Band komen op. Goed gemutst als altijd steekt ze haar hand op, hangt de Fender Stratocaster om haar nek, telt af en gaat. Alle 2255 man gaan staan (behalve die heeeeeel dikke man die onderuit in zijn stoel ligt,  om nog te passen), juichen en slaan hun handen stuk.. Bonnie trakteer ons op een heel mooie setlist van anderhalf uur. Nieuw werk, oud werk, bijzonder werk, werk wat we al lang niet live van haar gehoord hebben. Ze vertelt verhalen, maakt grappen, speelt met de zaal en laat foutjes zien. Deze dame heeft het heel erg naar haar zin "on stage", stevig werk, kwetsbaar werk, bluesywerk, swingend werk.En dan die stem. Alle noten raak (in toon en zeggingskracht). Breekbaar als het moet, fel als het kan. En dan nog niet eens gesproken over haar gitaarspel. Het gemak waar mee ze, na 50 jaar ervaring, haar slide over de hals beweegt, verraad nauwelijks hoe moeilijk dat is. Zij doet het allemaal heel terloops, maar het is van een prachtige preciezie en smaak. Ik zeg; één van de beste bluesgitaristen ter wereld. Wat een vrouw is dit zeg....thing called love....

    Bijna aan het eind van de avond vertelt ze over het verlies van haar dierbare vriend zanger/componist John Prine tijdens de Covid (en ook door Covid). Zijn nummer "Angels of Montgomery" zet ze in, wellicht wel voor de 10.000e keer. Maar het klonk nu anders, dieper, moeilijker en emotioneler. Op het einde van het nummer breekt ze en de zaal staat als 1 man op om haar door de laatste noten van het nummer te loodsen. Die trekt ze er uit in een vertragend einde van het nummer. Bij Bonnie liep een druppel uit de neus ("not really ladylike"), maar bij ons was dat niet anders. Bah, wat mooi.

    Nog een even mooie als breekbare "I can't make you love me" als nagerecht en de avond is geslaagd. Deze dame heerst. Al meer dan 50 jaar staat ze op toneel (haar laatste gitarist had er de brui aan gegeven die kon het vele touren met Bonnie niet meer trekken), ze weet precies wat ze doet, waar en hoe. En toch....toch klinkt het alsof ze weer verbaasd is dat ze mensen zo raakt. Heldin.

    Dus, mooie avond, bestemming Madison geslaagd.

    Tot Morgen

    Thing called Love
    Read more

  • Day16

    Sittin on the dock of the bay (Otis Redd

    July 25 in the United States ⋅ ☀️ 19 °C

    Vandaag Madison in, lopend. De route zou uiteindelijk een kilometer of twintig worden. Het is nog vroeg en Madison is nog stil en verlaten op maandagochtend. Langs het enorme stadion van het college football team the Wisconsin Badgers (= Dassen) lopen we naar het noorden. De "Dassen" is de bijnaam van de mensen in Madison omdat ze 200 honderd jaar geleden zo arm waren dat ze geen huis konden bouwen, dus woonden ze in de mijnen met de schachten als hun woonkamers. Mensen vergeleken ze daarom met dassen in hun dassenburcht. Je komt de das nu zelfs op officiële plekken, zoals in de State-Capitol, als symbool tegen.

    We lopen het laatste stukje van State Street in, richting het Capitool. Stare street zou hét straatje van Madison zijn, maar het is er stil, verlaten en leeg. We lopen op de Capitol af. Het wordt omringd door saaie overheidskantoren en her en der een authentiek straatje met wat cafeetjes. Het doet wat zielloos aan.

    Zoals in elke hoofdstad van een staat in Amerika is er veel aandacht besteed aan het parlementsgebouw. In Madison staat het er al lang, het is namelijk 1 van de eerste gebouwen van de stad. De stad die nog niet eens bestond. Het Capitol staat op een heuvel en de stad is hier zo smal dat staand op die heuvel je zowel in het noorden als in het zuiden de twee aangrenzende meren kunt zien (en bijna voelen). Grappig is wel dat er destijds een regel is gemaakt dat in Madison het Capitol het hoogste gebouw zou worden (leek toen nog logisch vanuit de stand der bouwkunst), en die regel handhaven ze nog steeds. Dus nergens in Madison is een flat of kantoor hoger dan het hoogste puntje van het Capitol.

    Het Capitool binnengaan is geen probleem. We kunnen rustig naar binnen lopen, niemand die ons controleert of iets vraagt. Eerlijk gezegd, we hebben het op straat aan een officer gevraagd of het mocht. Hij reageerde enigszins verbaasd: "Sure, go in". We kunnen (bijna) alle ruimtes naar binnen, de "1e en 2e kamer' bekijken, langs de kamers van de senaatsleden lopen, de kamercommisieruimte bezoeken en tot de bovenste verdieping van het Capitol klimmen. Al met al één bewaker gezien. Dus blijkbaar is hier geen angst voor agressieve Trumpeteers of boze boeren. Het gebouw is met veel allure en glamour aangekleed. Mag wat kosten, democratie.

    We lopen richting Lake Monona. Op het dakterras van Frank Lloyd Wright's "Monona Convention Center" hebben we een prachtig uitzicht over het meer. Het dakterras is mooi maar volstrekt verlaten. Alle horeca heeft het er opgegeven en her en der zit nog een Amerikaan met oortjes in, zijn koffie uit een plastic beker te drinken.

    Beneden langs de waterkant ligt een bronzen plaquette met de naam van Otis Redding, de mooiste soulstem uit de geschiedenis van de popmuziek. In 1967 zou hij 's avonds een concert geven in Madison. De rij voor de club waar hij zou optreden, net achter State Street, begon zich al te vormen. Het was slecht weer en mistig. De piloot van het vliegtuig (wat hij kocht van James Brown) met Otis en zijn band schat de plek van de landingsbaan verkeerd in en stort in het Monona Lake. Alleen de trompetist overleefde de crash. En zo komt er een einde aan een net startende soulcarriere van Otis (47), die dan dood is. Een jaar later scoort Otis zijn eerste nummer 1 hit in de "witte" charts met "Sittin on the Dock of the Bay". Een zwarte in de witte charts, dat was een dingetje, toen. Volgens mij had alleen Aretha dat nog maar geflkt.

    Wij zitten nu even op het Dock van de Bay waar hij ter aarde stortte.

    We lopen terug naar State Street en lopen deze helemaal af richting de Universiteits-Campus. En elke meter die we dichter bij de campus komen, neemt de gezelligheid toe, worden de winkeltjes leuker en aparter en wordt het drukker. Op het Centrale Universiteitsplein, dat omringd wordt door enorme gebouwen in oude Engels stijl en Grieks-Romeinse paleizen, staat een keur aan foodtrucks en zit iedereen lekker in het gras en op de bankjes met een plastic bakje met eten op schoot. Wij nemen een Peruviaanse kip en een Koreaanse Bbq tortilla.

    Nog 500 meter verder ligt aan het andere meer, Lake Mendota, een enorme terras met een enorme foodcourt, bootverhuur, zonneweide en honderden gekleurde tafeltjes en stoeltjes. Daar is de gezelligheid. We nemen een scoop ijs.

    Na 20 kilometer sjouwen nemen we een kleine break in ons appartementje om 's avonds in het Library-cafe bij de Universiteit nog een hamburger, gefrituurde kaas (specialiteit van hier) en een lekker Amerikaans zomerbiertje (Voodoo Ranger) te nuttigen.

    Moeie voetjes nu......

    Tot morgen
    Read more